Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:4284

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 mei 2026
Publicatiedatum
19 mei 2026
Zaaknummer
BRE 25/3517
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Legesverordening 2024Art. 2.4 Tarieventabel Legesverordening 2024
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging leges voor onterecht in rekening gebracht intaketafel bouwplan

Belanghebbenden hebben bezwaar gemaakt tegen de leges van €250 die de heffingsambtenaar van de gemeente Baarle-Nassau in rekening bracht voor de behandeling van een conceptverzoek over een bouwplan aan de intaketafel. De heffingsambtenaar baseerde de leges op de legesverordening 2024 en de bijbehorende tarieventabel, waarin voor een intaketafel een tarief van €250 geldt.

Belanghebbenden stelden dat zij slechts een informatief gesprek met de wethouder hadden verzocht en geen formeel conceptverzoek voor een bouwplan. De rechtbank oordeelt dat de brief van belanghebbenden, waarin expliciet om een informatiegesprek werd gevraagd en verwezen werd naar eerder contact met de wethouder, niet onmiskenbaar een intaketafelverzoek inhield. De heffingsambtenaar had zonder overleg de leges ten onrechte opgelegd.

De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de leges en bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van €53 aan belanghebbenden moet vergoeden. Andere beroepsgronden behoeven geen bespreking. De uitspraak is gedaan door rechter T.I. van Term op 19 mei 2026.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt de leges van €250 omdat het verzoek van belanghebbenden geen intaketafelverzoek betrof.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/3517

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 19 mei 2026 in de zaak tussen

[belanghebbenden], beiden uit [plaats] , belanghebbenden
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Baarle-Nassau, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbenden tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 11 juni 2025.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbenden leges in rekening gebracht van € 250 in verband met de behandeling van een conceptverzoek om een besluit over een bouwplan aan de zogeheten intaketafel.
1.2.
Het bezwaar van belanghebbenden tegen de in rekening gebrachte leges heeft de heffingsambtenaar ongegrond verklaard. Tegen die beslissing hebben belanghebbenden beroep ingesteld.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 16 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen belanghebbenden, en namens de heffingsambtenaar [persoon 1] , [persoon 2] en [persoon 3] .

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar de leges terecht en niet tot een te hoog bedrag bij belanghebbenden in rekening heeft gebracht. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbenden.
3. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar ten onrechte leges bij belanghebbenden in rekening heeft gebracht. De in rekening gebrachte leges moeten worden vernietigd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Feiten

4. Belanghebbenden hebben aan het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad van [plaats] (college) op 27 oktober 2024 een aangetekende brief gestuurd, waarin zij het volgende verzoeken:
4.1.
De heffingsambtenaar heeft met dagtekening van 18 december 2024 een nota leges van € 250 aan belanghebbenden toegestuurd. In die nota is aangegeven:
“Wij stellen vast dat u verzoekt een indicatie te krijgen of een of meer activiteiten passen in regelgeving en beleid over de fysieke leefomgeving en daarmee ‘kansrijk’ is om verder te ontwikkelen, wetende dat het bouwplan in strijd is met het geldende planologische regiem. Uw verzoek houdt in dat het door u voorgestelde bouwplan, als intake, wordt beoordeeld en dat conceptoverwegingen met u worden gedeeld. Deze dienstverlening wordt begrepen onder de naam ‘intaketafel’.
Op grond van artikel 2.4, aanhef en onder b van de Tarieventabel bij de ‘Verordening op de heffing en de invordering van leges 2024’ zijn de leges voor een ‘intaketafel’ vastgesteld op een bedrag van € 250,-.”

Motivering

5. Belanghebbenden voeren verschillende gronden aan tegen de aan hen in rekening gebrachte leges. Onder meer stellen belanghebbenden dat zij niet hebben verzocht om de beoordeling van een bouwplan aan de intaketafel, maar slechts hebben verzocht om een informatief gesprek. Die beroepsgrond bespreekt de rechtbank hierna als eerste.
5.1.
De heffingsambtenaar heeft de in rekening gebrachte leges gebaseerd op artikel 2 van Pro de legesverordening 2024 van de Gemeente Baarle-Nassau, en op artikel 2.4, aanhef en onder b van de tarieventabel behorend bij die legesverordening. In die artikelen is het volgende bepaald:
Artikel 2 van Pro de legesverordening 2024:
“1. Onder de naam "leges" worden rechten geheven voor:
a. het genot van, door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;
b. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument;
een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.”
Tarieventabel behorende bij de Legesverordening 2024
“Artikel 2.4 Conceptverzoek
Voordat een formele aanvraag om een besluit als bedoeld in de overige paragrafen van deze titel wordt ingediend en betrekking heeft op een conceptverzoek over een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief:
voor een informatie-overleg: € 0,00
voor een intaketafel: € 250,00
voor een omgevingstafel: € 850,00”
5.2.
Belanghebbenden voeren aan dat zij in hun brief van 27 oktober 2024 aan de gemeenteraad en het college slechts hebben verzocht dan wel bedoeld te verzoeken om een informatief gesprek met de wethouder. Naast dat in de brief letterlijk wordt verzocht om een informatiegesprek, wordt in de brief ook verwezen naar eerder contact met de wethouder. De wethouder heeft de brief echter ongevraagd en ten onrechte doorgezonden naar de afdeling vergunningen, aldus belanghebbenden.
5.3.
De heffingsambtenaar betwist dat slechts om een informatief overleg is verzocht. Hij stelt daartoe dat in de brief ook wordt verzocht om aan te geven of de gemeente medewerking verleent aan een bouwplan. Belanghebbenden verzochten dus om inlichtingen over conceptoverwegingen over gemeentelijke medewerking aan een concreet bouwplan, en niet om inlichtingen over feitelijke gegevens. Om het verzoek van belanghebbenden te beoordelen was de intaketafel nodig, zodat terecht daarvoor leges bij belanghebbenden in rekening zijn gebracht, aldus de heffingsambtenaar.
5.4.
De rechtbank is van oordeel dat het gelijk aan belanghebbenden is. De heffingsambtenaar heeft de brief van 27 oktober 2024, zonder in contact te treden met belanghebbenden over de interpretatie van (een) verzoek(en) in die brief, direct € 250 aan leges bij belanghebbenden in rekening gebracht. De brief van belanghebbenden kon echter gelet op de door belanghebbenden gegeven context, die door de heffingsambtenaar niet is betwist, niet zo worden begrepen dat belanghebbenden daarmee onmiskenbaar een conceptverzoek hebben gedaan dat besproken zou moeten worden aan de intake-tafel. Weliswaar verzoeken belanghebbenden in de brief om “aan te geven of de gemeentemedewerking verleent aan het bouwplan van de gemeente” maar zij noemen daarnaast ook expliciet “om een informatiegesprek” en verwijzen in hun brief naar eerder contact met de wethouder hierover en hebben deze mailwisseling als bijlage met hun brief meegezonden. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar in dit geval daarom ten onrechte € 250 leges in rekening heeft gebracht. Het beroep is dus gegrond.
5.5.
Gelet op dit oordeel behoeven de andere beroepsgronden van belanghebbenden geen bespreking.

Conclusie en gevolgen

6. De rechtbank vernietigt de in rekening gebrachte leges van € 250. Het beroep is gegrond.
6.1.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, omdat belanghebbenden niet concreet hebben gesteld dat zij kosten hebben gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Wel krijgen belanghebbenden het griffierecht vergoed. De heffingsambtenaar moet die vergoeding betalen.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de uitspraak op bezwaar;
  • vernietigt de in rekening gebrachte leges van € 250;
  • bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 53 aan belanghebbenden moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.I. van Term, rechter, in aanwezigheid van mr. S.A.C. Deeleman, griffier.
griffier
rechter
De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.