Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is beboet voor het rijden van 22 kilometer per uur te hard op de A16 bij Breda op 13 juli 2023. Hij stelde bezwaar in tegen de boete, stellende dat de fysieke verkeersborden ter plaatse niet correct waren meegenomen in de beoordeling en dat de boete onredelijk was.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 7 april 2026 was betrokkene niet aanwezig. De kantonrechter oordeelde dat de overtreding vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en fotomateriaal.
De kantonrechter erkende echter dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. De beslissing van de officier van justitie werd dienovereenkomstig gewijzigd en het teveel betaalde bedrag aan zekerheid werd terugbetaald aan betrokkene.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter W.H.C. van Eck en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2026. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: De boete wegens snelheidsovertreding wordt met 25% gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.