Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op een straat in Breda op 8 september 2023. Betrokkene erkende de gedraging, maar voerde aan dat deze van korte duur was en de verkeerssituatie veilig bleef. De verbalisant bevestigde de overtreding.
De rechtbank oordeelde dat de gedraging wettig en overtuigend was vastgesteld op basis van de verklaring van de verbalisant. Het vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden is verboden en vormt een risico voor de verkeersveiligheid, ongeacht de duur of omstandigheden.
Wel werd vastgesteld dat de procedure bij de officier van justitie en de rechtbank langer dan twee jaar duurde, wat een overschrijding van de redelijke termijn betekent volgens het EVRM. Daarom matigde de rechtbank de boete met 25%. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard en de officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen.
Uitkomst: De boete voor het vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.