Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd omdat de bromfiets van zijn zoon niet verzekerd was op 23 juni 2023. Betrokkene voerde aan dat de bromfiets geschorst was en niet gebruikt werd, en dat het verlengen van de schorsing was vergeten door persoonlijke omstandigheden. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en de boete terecht is opgelegd. Wel achtte de kantonrechter de persoonlijke omstandigheden en het feit dat het voertuig niet gebruikt werd reden om de boete te matigen. Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling was overschreden, wat een extra matiging van 25% rechtvaardigt.
De boete werd gematigd tot €210,- en vervolgens met 25% verminderd tot €157,50, plus €9 administratiekosten. Tevens moet de officier van justitie het teveel betaalde bedrag van €262,50 terugbetalen aan betrokkene. Het beroep is daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is gematigd tot €157,50 plus administratiekosten.