Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het doorrijden bij een rood verkeerslicht op de Maasroute (A59) te Raamdonksveer op 8 april 2023. Betrokkene stelde dat de gedraging niet had plaatsgevonden en dat er ten onrechte geen staandehouding had plaatsgevonden. De verbalisant verklaarde dat hij geen reële mogelijkheid had tot staandehouding omdat hij in een privévoertuig reed zonder stopmiddelen.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt dat de overtreding heeft plaatsgevonden. De boete is terecht opgelegd aan de kentekenhouder omdat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was. Wel is de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak overschreden, waardoor de boete met 25% wordt gematigd.
Daarnaast werd de officier van justitie veroordeeld tot terugbetaling van het teveel betaalde bedrag aan zekerheid en tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene. De beslissing van de officier van justitie wordt daarmee gewijzigd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank matigt de verkeersboete met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn en veroordeelt de officier van justitie tot terugbetaling en proceskostenvergoeding.