Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het negeren van een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen op de Houtmarkt te Breda op 20 juni 2024. Betrokkene stelde dat de boete onredelijk was vanwege de verkeerssituatie, waarbij laden en lossen vóór 11:00 uur was toegestaan en zij door een versperring niet linksaf kon slaan, waardoor zij op een busbaan terechtkwam.
De officier van justitie handhaafde de boete, stellende dat de gedraging voldoende was vastgesteld met foto’s en schouwrapporten en dat de bestuurder verantwoordelijk is voor het opmerken van bebording. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststond en de boete terecht was opgelegd, maar achtte de omstandigheden van betrokkene voldoende aannemelijk om de boete te matigen.
De kantonrechter matigde de boete tot nihil vanwege de onmogelijkheid linksaf te slaan en de verwarrende situatie. Het beroep werd daardoor gedeeltelijk gegrond verklaard. Tevens werd de officier van justitie opgedragen het teveel betaalde bedrag van €129,- terug te betalen aan betrokkene.
Uitkomst: De boete wegens negeren geslotenverklaring is gematigd tot nihil en het teveel betaalde bedrag wordt terugbetaald.