Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd omdat het motorrijtuig op 27 maart 2023 niet verzekerd was, vastgesteld door het RDW. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelt dat de overtreding vaststaat en de boete terecht is opgelegd. Wel is de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak overschreden, aangezien de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar heeft geduurd.
Op grond van vaste rechtspraak leidt deze termijnoverschrijding tot matiging van de boete met 25%. De kantonrechter verklaart het beroep daarom gedeeltelijk gegrond, wijzigt de beslissing van de officier van justitie en bepaalt dat de boete wordt gematigd tot € 300,- plus administratiekosten. Tevens moet de officier van justitie € 100,- terugbetalen die betrokkene te veel als zekerheid had betaald.
Uitkomst: De boete wegens het niet verzekeren van het motorrijtuig wordt gematigd met 25% vanwege overschrijding van de redelijke termijn.