ECLI:NL:RBZWB:2026:433

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 januari 2026
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
BRE 25/4008
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:24 AwbArt. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken machtiging en uittreksel Kamer van Koophandel

Belanghebbende heeft via een gemachtigde beroep ingesteld tegen een aanslag vennootschapsbelasting 2021/2022. De gemachtigde heeft echter geen machtiging en geen uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel bij het beroepschrift gevoegd.

De rechtbank heeft de gemachtigde meerdere malen verzocht deze documenten binnen een gestelde termijn te overleggen, maar hierop is niet gereageerd. Ook na een aangetekende brief bleef het verzuim onhersteld en is geen verontschuldiging gegeven.

Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk, waardoor het bestreden besluit in stand blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 26 januari 2026. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze beslissing.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging en uittreksel Kamer van Koophandel.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/4008

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 januari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende

(gesteld gemachtigde: [gemachtigde]),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. Gesteld gemachtigde heeft op 25 juli 2025 een brief gestuurd, ontvangen bij de Belastingdienst op 29 juli 2025. In de brief staat dat belanghebbende het niet eens is met de aanslag vennootschapsbelasting 2021/2022 met aanslagnummer [BSN].V.16.1012. De brief is aangemerkt als reactie op de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 5 december 2024. De inspecteur heeft de brief aangemerkt als beroepschrift en doorgezonden naar de rechtbank, omdat de rechtbank bevoegd is deze te behandelen.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat gesteld gemachtigde geen machtiging en geen uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel heeft ingediend en deze verzuimen niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. [1] Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. [2]
Is een machtiging en uittreksel uit het Kamer van Koophandel overgelegd?
4. Het beroepschrift is ingediend door gesteld gemachtigde. Hij vermeldt daarin dat hij de gemachtigde is van belanghebbende. Gesteld gemachtigde heeft bij het beroepschrift echter geen machtiging bijgevoegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om dit beroep in te stellen namens belanghebbende. De rechtbank heeft hem in haar brief van 8 april 2025 verzocht om binnen vier weken een machtiging en uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel te overleggen. Gesteld gemachtigde heeft hier niet op gereageerd. De griffier heeft vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 19 september 2025 gesteld gemachtigde nogmaals in de gelegenheid gesteld de verzuimen te herstellen. . Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 25 september 2025 om 10:26 uur is afgehaald en dat voor ontvangst is getekend.
Is het niet tijdig indienen van een machtiging en een uittreksel uit de Kamer van Koophandel verontschuldigbaar?
5. Gesteld gemachtigde heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Uit het beroepschrift blijkt dat gesteld gemachtigde niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 26 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb.
2.Dit staat in artikel 6:6 van Pro de Awb.