ECLI:NL:RBZWB:2026:4346
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde bedrijfspand ongegrond verklaard
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn bedrijfspand, gelegen aan een adres in een plaats in West-Brabant, met een bruto vloeroppervlakte van 763 m2. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op €543.000 per 1 januari 2024, waarop ook de aanslag onroerendezaakbelasting voor 2025 was gebaseerd.
De rechtbank beoordeelde het beroep op 16 april 2026 en stelde vast dat de heffingsambtenaar een taxatierapport had overgelegd waarin de waarde was berekend met de huurwaardekapitalisatiemethode, gebruikmakend van marktconforme huur- en verkooptransacties van vergelijkbare objecten. Belanghebbende stelde dat de eigen huurprijs van €39.000 per jaar moest worden gebruikt, maar de rechtbank oordeelde dat deze huurprijs niet op het gehele pand zag en daarom niet geschikt was voor waardebepaling.
De rechtbank vond de gehanteerde referentieobjecten en de toegepaste kapitalisatiefactor van 11,3 passend en aannemelijk. Er was geen reden om de vastgestelde WOZ-waarde te verlagen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting in stand blijven. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €543.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.