ECLI:NL:RBZWB:2026:4347
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens onvoldoende onderbouwing heffingsambtenaar
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €293.000 per 1 januari 2023. De heffingsambtenaar had deze waarde gebaseerd op een taxatierapport met een vergelijkingsmethode, waarbij drie referentiewoningen werden gebruikt.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar niet aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De gebruikte referentiewoningen weekten te veel af van de woning van belanghebbende, en er was onvoldoende rekening gehouden met verschillen in onderhouds- en voorzieningenniveau. Belanghebbende stelde een lagere waarde van €259.000 voor, maar ook deze onderbouwing was onvoldoende overtuigend.
De rechtbank stelde daarom de waarde in goede justitie vast op €265.000. Dit leidde tot vermindering van de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB). Daarnaast werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd van €293.000 naar €265.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig aangepast.