ECLI:NL:RBZWB:2026:437

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 januari 2026
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
BRE 25/3543
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:24 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:36c Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken uittreksel Kamer van Koophandel bij legesaanslag

Belanghebbende, een vennootschap onder firma, heeft beroep ingesteld tegen een aanslag leges opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Veere. Het beroep is ingediend door een gemachtigde namens belanghebbende. De rechtbank heeft echter vastgesteld dat de gemachtigde geen uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel heeft overgelegd, ondanks herhaalde verzoeken daartoe.

Volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet bij beroep namens een rechtspersoon een uittreksel van het handelsregister worden overgelegd om de vertegenwoordigingsbevoegdheid te kunnen vaststellen. Omdat dit uittreksel ontbrak en het verzuim niet is hersteld, kon de rechtbank niet beoordelen of de afgegeven machtiging rechtsgeldig was.

De rechtbank concludeert dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is en verklaart het beroep niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke beoordeling van de aanslag. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een uittreksel uit het handelsregister, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/3543

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 januari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] V.O.F., uit [plaats] , belanghebbende

(gesteld gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Veere, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 15 april 2025. Het beroep ziet op de aan belanghebbende opgelegde aanslag leges met [kenmerk] .
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat gesteld gemachtigde geen uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel heeft ingediend en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. [1] Wordt beroep ingesteld namens een rechtspersoon, dan moet ook een uittreksel van het handelsregister worden overgelegd. Aan de hand van zo'n uittreksel kan immers worden vastgesteld of degene die de volmacht heeft afgegeven, bevoegd is de rechtspersoon in rechte te vertegenwoordigen
.Als geen machtiging en/of uittreksel van het handelsregister wordt overgelegd, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. [2]
Zijn de gevraagde stukken overgelegd?
4. Het beroepschrift is ingediend door gesteld gemachtigde. Hij vermeldt daarin dat hij gemachtigde is van belanghebbende en heeft een machtiging overgelegd. De rechtbank heeft gesteld gemachtigde bij brief van 23 juli 2025 verzocht om de uittreksels uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel te overleggen. en bij bericht van 9 september 2025 verzocht om een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel te overleggen. De griffier heeft vervolgens op 9 september 2025 in het digitaal dossier van belanghebbende een bericht geplaatst. Belanghebbende is hierbij nogmaals in de gelegenheid gesteld het verzuim binnen twee weken na dagtekening van het bericht te herstellen. Van de plaatsing van dit bericht is op dezelfde datum een notificatie aan de gemachtigde van belanghebbende verzonden naar het door hem voor dit doel opgegeven
e-mailadres. Daarom neemt de rechtbank aan dat belanghebbende dit bericht op 9 september 2025 heeft ontvangen. [3] Gesteld gemachtigde heeft geen uittreksel van de Kamer van Koophandel ingediend. Gesteld gemachtigde heeft geen reden gegeven voor dit verzuim.
5. Omdat belanghebbende een niet-natuurlijk persoon is en er geen uittreksel uit het handelsregister is overgelegd, kan niet worden beoordeeld of de afgegeven machtiging is afgegeven door een daartoe bevoegde vennoot.
Is het verzuim verontschuldigbaar?
6. Gesteld gemachtigde heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Uit het beroepschrift blijkt dat gesteld gemachtigde niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 26 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb.
2.Dit staat in artikel 6:6 van Pro de Awb.
3.Gelet op artikel 8:36c, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).