Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:4371

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
20 mei 2026
Zaaknummer
25/5357
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen weigering Verklaring Omtrent het Gedrag wegens ontbreken procesbelang

Eiser heeft op 30 januari 2025 een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aangevraagd voor een functie als chauffeur bij Speedy Koeriers B.V. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag op 28 maart 2025 geweigerd en het bezwaar van eiser ongegrond verklaard, waardoor de weigering is gehandhaafd. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.

Tijdens de zitting op 22 april 2026 heeft de rechtbank ambtshalve onderzocht of eiser procesbelang heeft bij de inhoudelijke behandeling van het beroep. De rechtbank oordeelde dat procesbelang ontbreekt omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de functie waarvoor de VOG is aangevraagd daadwerkelijk kan vervullen of dat deze functie momenteel beschikbaar is. Bovendien heeft eiser verklaard inmiddels een andere baan te hebben en heeft hij zijn gestelde schade niet met objectieve gegevens onderbouwd.

De rechtbank overweegt dat een mogelijk toekomstig belang bij een nieuwe functie onvoldoende is voor procesbelang, omdat dit een onzekere toekomstige situatie betreft en een nieuwe aanvraag vereist. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ziet zij geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.

De uitspraak is gedaan door rechter I.M. Josten op 20 mei 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de VOG wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/5357 VOG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. R.S. Vriend),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris.

Samenvatting

1. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak het beroep van eiser tegen het besluit van 29 augustus 2025 (bestreden besluit), waarbij de staatssecretaris de weigering van de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) heeft gehandhaafd.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is. Eiser heeft namelijk geen procesbelang. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Procesverloop

2. Op 30 januari 2025 heeft eiser een VOG aangevraagd voor een baan als chauffeur bij Speedy Koeriers B.V. De staatssecretaris heeft op 28 maart 2025 besloten om de aangevraagde VOG te weigeren. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
2.1.
In het bestreden besluit is het bezwaar ongegrond verklaard. De weigering van de VOG is hiermee gehandhaafd. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld.
2.2.
De staatssecretaris heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 22 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser en diens gemachtigde deelgenomen. Namens de staatssecretaris was mr. I. Touwen aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

Procesbelang
3. De rechtbank ziet zich allereerst ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
3.1.
Uit vaste rechtspraak volgt dat pas sprake is van procesbelang als het resultaat dat de indiener van een beroepschrift met het instellen van beroep nastreeft, ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het bereiken van dat resultaat voor deze indiener feitelijke betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van procesbelang.
3.2.
De rechtbank is van oordeel dat eiser geen procesbelang heeft. Er is namelijk niet gebleken dat eiser in de functie waarvoor de VOG is aangevraagd te werk kan worden gesteld, noch dat een dergelijke functie bij Speedy Koeriers B.V. op dit moment open staat. Daarbij komt dat eiser op zitting heeft verklaard dat hij inmiddels een andere baan heeft. Eiser heeft verder louter gesteld dat hij schade heeft geleden. Hij heeft dit echter niet onderbouwd met objectieve gegevens. Dat eiser eventueel een VOG nodig heeft voor werkzaamheden in de toekomst levert naar het oordeel van de rechtbank ook geen procesbelang op. Dit is een onzekere toekomstige gebeurtenis. Bovendien moet eiser dan een nieuwe aanvraag indienen.

Conclusie en gevolgen

4. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat eiser geen procesbelang heeft. De rechtbank verklaart daarom het beroep niet-ontvankelijk. Aan een inhoudelijke bespreking van de beroepsgronden komt de rechtbank dan ook niet toe. Voor vergoeding van het griffierecht of een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. T.J. Janzing, griffier, op 20 mei 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.