ECLI:NL:RBZWB:2026:4371
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen weigering Verklaring Omtrent het Gedrag wegens ontbreken procesbelang
Eiser heeft op 30 januari 2025 een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aangevraagd voor een functie als chauffeur bij Speedy Koeriers B.V. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag op 28 maart 2025 geweigerd en het bezwaar van eiser ongegrond verklaard, waardoor de weigering is gehandhaafd. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.
Tijdens de zitting op 22 april 2026 heeft de rechtbank ambtshalve onderzocht of eiser procesbelang heeft bij de inhoudelijke behandeling van het beroep. De rechtbank oordeelde dat procesbelang ontbreekt omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de functie waarvoor de VOG is aangevraagd daadwerkelijk kan vervullen of dat deze functie momenteel beschikbaar is. Bovendien heeft eiser verklaard inmiddels een andere baan te hebben en heeft hij zijn gestelde schade niet met objectieve gegevens onderbouwd.
De rechtbank overweegt dat een mogelijk toekomstig belang bij een nieuwe functie onvoldoende is voor procesbelang, omdat dit een onzekere toekomstige situatie betreft en een nieuwe aanvraag vereist. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ziet zij geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
De uitspraak is gedaan door rechter I.M. Josten op 20 mei 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de VOG wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.