Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 januari 2026 in de zaken tussen
[verzoeker 1] , uit [woonplaats 1] ,
[verzoeker 2] , uit [woonplaats 1] ,
[verzoekster 3]uit [woonplaats 2] ,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 8 januari 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een aantal bestuursrechtelijke zaken waarin verzoekers om veroordeling van het algemeen bestuur van waterschap Brabantse Delta in de proceskosten hebben gevraagd. De verzoekers, vertegenwoordigd door verschillende gemachtigden, hadden hun beroep ingetrokken tegen een besluit van het algemeen bestuur van 18 december 2024, omdat dit besluit op 17 september 2025 door het algemeen bestuur was ingetrokken. De rechtbank heeft de verzoeken om proceskostenveroordeling zonder zitting beoordeeld en heeft vastgesteld dat het algemeen bestuur tegemoet is gekomen aan de verzoekers door het intrekken van het bestreden besluit. De rechtbank heeft de verzoeken als kennelijk gegrond toegewezen en het algemeen bestuur veroordeeld tot betaling van € 934,- per zaak aan proceskosten aan de verzoekers. Daarnaast is het algemeen bestuur verplicht om het door de verzoekers betaalde griffierecht van € 385,- te vergoeden. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot verzet tegen deze uitspraak.