Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 januari 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,
Samenvatting
Procesverloop
19 februari 2024 laten weten dat zij geen recht heeft op een dwangsom. Eiseres heeft hiertegen geen bezwaar gemaakt.
[vertegenwoordiger college] .
Beoordeling door de rechtbank
schadevergoeding.
27 januari 2026. Daarmee is in beginsel de redelijke termijn voor de beslechting van het geschil overschreden, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden die een langere termijn dan twee jaar rechtvaardigen. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een bijzondere omstandigheid die rechtvaardigt dat de redelijke termijn wordt verlengd met de periode tussen het verzoek om aanhouding van 5 december 2024 vanwege de start van een mediationtraject en de mededeling op 17 juni 2025 dat het mediationtraject is beëindigd.Met inachtneming van de verlenging is de redelijke termijn niet overschreden en bestaat geen recht op immateriële schadevergoeding.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk;
- verklaart de beroepen voor het overige ongegrond;
- wijst de verzoeken om schadevergoeding af.
mr. A.M. Pasmans, griffier, op 27 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Bijlage: wettelijk kader
Het bezwaar of beroep heeft van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben.