ECLI:NL:RBZWB:2026:446
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM wegens juiste waardering en toekenning immateriële schadevergoeding
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van € 4.179 opgelegd door de inspecteur. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of de aanslag terecht en correct was vastgesteld.
De kern van het geschil betrof de juiste waardering van de handelsinkoopwaarde van een Mercedes Benz GLE-klasse Coupé 400d, de afschrijvingsmethode, de hoogte van de historische nieuwprijs en de toepassing van het mandaatverbod bij de uitspraak op bezwaar. De rechtbank oordeelde dat de inspecteur niet in strijd had gehandeld met het mandaatverbod en dat de afschrijving op basis van het taxatierapport passend was, maar dat de schadevergoeding lager moest worden vastgesteld dan door belanghebbende was gesteld.
De rechtbank stelde de historische nieuwprijs vast op € 137.287 en de handelsinkoopwaarde in beschadigde staat op € 55.657. Op basis hiervan werd de verschuldigde BPM vastgesteld op € 15.084, waartegenover de reeds betaalde € 11.690 stond, zodat de naheffingsaanslag werd verminderd tot € 3.394.
Daarnaast kende de rechtbank een immateriële schadevergoeding toe van € 1.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarvan € 700 voor rekening van de inspecteur en € 800 voor rekening van de Staat. Tevens werden griffierecht en proceskosten aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot € 3.394 en belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.