Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
op 10 september 2025 te [plaats] [slachtoffer 1] (zijn ex-partner) heeft mishandeld, door voornoemde [slachtoffer 1] met kracht tegen het lichaam te duwen en tegen het gezicht te slaan en met een staaf op haar rechter bovenarm te slaan;
op 10 september 2025 te [plaats] opzettelijk en wederrechtelijk een raam en een kozijn behorende bij de woning gelegen aan de [adres 2] en een (beeldscherm van een) televisie die aan [slachtoffer 1] , toebehoorden heeft, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;
op 10 september 2025, omstreeks 02.33 uur, te [plaats] in de woning gelegen aan de [adres 3] , bij een ander, te weten bij [slachtoffer 1] in de nachtelijke uren wederrechtelijk is binnengedrongen door:
- op het balkon op de eerste verdieping te klimmen en
- te roepen dat die [slachtoffer 1] de deur open moest doen en
- (terwijl die [slachtoffer 1] vertelde dat zij de deur niet wilde openen), aan de schuifdeur te trekken en
- (toen hij op voornoemde wijze niet binnen kon komen) (aan de andere zijde van de woning) (via de schutting) het raam op de eerste verdieping vast te pakken en/of het (volledige) kozijn uit de sponning te trekken en
- (vervolgens) voornoemde woning in te klimmen;
hij op 24 augustus 2025 te [plaats] [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door aan de zus van voornoemde [slachtoffer 1] via WhatsApp berichten met (be)dreigende tekst(en) te sturen, te weten:
- “Ik ga haar bij god vermoorden” en
-“ [persoon] , of je zoon wel of niet er is, ik blijf beneden, goed? Ik heb niks anders te zeggen, ik ga niet weg voordat ik boven kom en zelf ervan zeker zijn, want ik wil niet
misleid worden, ik wil het zelf controleren en als ik iets boven aantref dan ga ik hen
beide vermoorden, goed?”.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij
8.De vordering tenuitvoerlegging
9.De wettelijke voorschriften
10.Beslissing
een gevangenisstraf van 270 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
dadelijk uitvoerbaarzijn;
5 jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] ( [geboortedag 2] 1995) en [slachtoffer 2] (dochter van verdachte), tenzij contact door middel van professionele hulpverleners verloopt;
2 weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 maanden;
dadelijk uitvoerbaaris omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen en/of zich belastend zal gedragen jegens aangeefster en hun dochter;
ten uitvoer zal worden gelegd, te weten
een gevangenisstraf voor de duur van 7 dagen;
taakstraf van 30 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
7 dagen;
hij op of omstreeks 10 september 2025 te [plaats] [slachtoffer 1] (zijn ex-partner)
heeft mishandeld, door voornoemde [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, met kracht
tegen het lichaam te duwen en/of
in/tegen het gezicht te slaan en/of te stompen en/of met een ijzeren staaf, althans
een onderdeel afkomstig van een kozijn, op haar rechter bovenarm te slaan;
( art 300 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )
hij op of omstreeks 10 september 2025 te [plaats] opzettelijk en wederrechtelijk een
raam en/of een kozijn behorende bij de woning gelegen aan de [adres 2]
[adres 2] en/of een of meer andere goederen, te weten een camera en/of een
(beeldscherm van een) televisie, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele
aan een ander, te weten aan [slachtoffer 1] , toebehoorde(n) heeft vernield,
beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt
( art 350 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )
hij op of omstreeks 10 september 2025, omstreeks 02.33 uur, te [plaats] in de
woning, het besloten lokaal en/of het besloten erf, gelegen aan de [adres 3]
[adres 3] , bij een ander, te weten bij [slachtoffer 1] , althans bij een
ander of anderen dan bij verdachte in gebruik, in de nachtelijke uren
wederrechtelijk is binnengedrongen door:
- op het balkon op de eerste verdieping te klimmen en/of
- te roepen dat die [slachtoffer 1] de deur open moest doen en/of
- één of meerdere goed(eren) op het balkon, waaronder een camera, te vernielen,
en/of
- (terwijl die [slachtoffer 1] vertelde dat zij de deur niet wilde openen), aan de schuifdeur te
trekken en/of
- (toen hij op voornoemde wijze niet binnen kon komen) (aan de andere zijde van
de woning) (via de schutting) het raam op de eerste verdieping vast te pakken en/of
het (volledige) kozijn uit de sponning te trekken en/of
- (vervolgens) voornoemde woning in te klimmen, althans binnen te gaan;
( art 138 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )
hij op of omstreeks 24 augustus 2025 te [plaats] , in elk geval in Nederland, [slachtoffer 1]
[slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware
mishandeling, door aan de zus van voornoemde [slachtoffer 1] via WhatsApp berichten met
(be)dreigende tekst(en) te sturen, te weten:
- dat hij haar (die [slachtoffer 1] ) ging vermoorden en/of
- “Ik ga haar bij god vermoorden” en/of
-“Ze weet dat ze geneukt gaat worden” en/of
-“Hij gaat mijn voeten willen kussen” en/of
-“ [persoon] , of je zoon wel of niet er is, ik blijf beneden, goed? Ik heb niks anders te
zeggen, ik ga niet weg voordat ik boven kom en zelf ervan zeker zijn, want ik wil niet
misleid worden, ik wil het zelf controleren en als ik iets boven aantref dan ga ik hen
beide vermoorden, goed?”,
althans woorden van gelijk dreigende aard en/of strekking
( art 285 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )