Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
op 20 september 2025 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [slachtoffer 1] , van het leven te beroven meermalen met een hakbijl slaande bewegingen heeft gemaakt tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
5.De strafbaarheid
en wat denk je, ik heb een bijl gepakt en je moest hem eens zien rennen. Prachtig gezicht was dit.. En wat denk je, ik heb hem geslagen met mijn bijl”is naar het oordeel van de rechtbank een contra-indicatie dat er sprake zou zijn van psychische overmacht. Ter zitting heeft verdachte hier nog aan toegevoegd dat hij puur uit woede heeft gehandeld. Ook dit is een contra-indicatie om psychische overmacht aan te nemen.
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.Beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder 2 ten laste gelegde feit;
een gevangenisstraf van 346 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
een taakstraf van 240 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
120 dagen;
1.
hij op of omstreeks 20 september 2025 te [plaats] ,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk
een ander, te weten [slachtoffer 1] , van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, meermalen, althans eenmaal met een hakbijl slaande en/of stekende bewegingen heeft gemaakt tegen het hoofd en/of andere delen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
(Art. 287, 302 en 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht.)
hij op of omstreeks 20 september 2025 te [plaats] , ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk
een ander, te weten [slachtoffer 2] , van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, meermalen, althans eenmaal met een hakbijl slaande en/of stekende bewegingen heeft gemaakt tegen het hoofd en/of andere delen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
(Art. 287, 302 en 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht.)
- met (de achterkant van) een hakbijl slaande en/of stekende bewegingen te maken in de richting van het hoofd, althans andere onderdelen van het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of
- tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] te duwen.