ECLI:NL:RBZWB:2026:449
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM na geschil over waardebepaling en schadeauto's
Belanghebbende B.V. maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag BPM van € 8.429 opgelegd door de inspecteur. De rechtbank beoordeelde de beroepen op 4 november 2025 en stelde vast dat de historische nieuwprijs en waardevermindering wegens schade voor twee auto's (Ford Kuga en Volvo XC60) in geschil waren.
De rechtbank stelde voor auto 1 de historische nieuwprijs vast op € 65.753 en de handelsinkoopwaarde op € 16.759, waarbij geen extra waardevermindering wegens schade werd aangenomen. Voor auto 2 werd de historische nieuwprijs vastgesteld op € 66.957 en de handelsinkoopwaarde in beschadigde staat op € 36.156, waarbij de door de inspecteur gehanteerde schadecorrectie werd bevestigd.
De naheffingsaanslag werd verminderd tot € 7.843. Daarnaast kende de rechtbank een immateriële schadevergoeding toe van € 2.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarvan € 842 voor rekening van de inspecteur en € 1.158 voor de Staat. Tevens werd het griffierecht en proceskostenvergoeding aan belanghebbende toegewezen.
De uitspraak vernietigde de eerdere uitspraak op bezwaar en bepaalde dat de inspecteur het griffierecht en proceskosten moest vergoeden. De uitspraak is onherroepelijk na het verstrijken van de termijn voor hoger beroep.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot € 7.843 en belanghebbende krijgt immateriële schadevergoeding en proceskosten toegekend.