Eisers hebben op 23 april 2025 een handhavingsverzoek ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Breda met betrekking tot vermeende overtredingen aan de Raamschoorseweg en Rithsestraat. Omdat het college niet binnen de wettelijke beslistermijn van acht weken heeft beslist, hebben eisers het college op 2 juli 2025 in gebreke gesteld. Na het verstrijken van de ingebrekestellingstermijn hebben zij beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat het college niet tijdig heeft beslist. De rechtbank bepaalt dat het college binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat het college de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000.
Daarnaast wordt het college veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €385 en proceskosten van €467 aan eisers. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 26 januari 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.