Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:4575

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
26 mei 2026
Zaaknummer
BRE 25/2769
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering WOZ-waarde woning en toekenning proceskostenvergoeding

Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €734.000 per 1 januari 2024. Tevens werd op basis van deze waarde de aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd voor 2025. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond.

De rechtbank behandelde het beroep op 13 april 2026 en stelde vast dat partijen het eens waren over een lagere waarde van €534.000. De rechtbank volgde dit standpunt en oordeelde dat de WOZ-waarde dienovereenkomstig moest worden verminderd. Daarnaast werd geoordeeld dat de heffingsambtenaar de reiskosten, het griffierecht en de verletkosten voor het bijwonen van de zitting moest vergoeden.

De rechtbank wees echter een vergoeding van de verletkosten voor de voorbereiding van de zaak en het opstellen van processtukken af, omdat het Besluit proceskosten bestuursrecht hierin niet voorziet. Uiteindelijk werd het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd, de WOZ-waarde en aanslag verminderd, en de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten tot een bedrag van €110.

Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd tot €534.000 en de heffingsambtenaar moet griffierecht en proceskosten vergoeden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/2769 GGH

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 22 mei 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende

en
De heffingsambtenaar van Belastingsamenwerking West-Brabant, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 20 mei 2025.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak [adres] (de woning) op 1 januari 2024 (de waardepeildatum) vastgesteld op
€ 734.000 (de beschikking). Met deze waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Breda voor het jaar 2025 opgelegd (de aanslag).
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 13 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende, bijgestaan door [persoon 1] en, namens de heffingsambtenaar, [persoon 2], [persoon 3] en mr. S. Hunte.

Feiten

2. Belanghebbende is eigenaar van de woning. Het betreft een vrijstaande woning (bouwjaar 1900) met een gebruiksoppervlakte van 114m². De woning beschikt over twee aangebouwde bergingen/schuren, een hobbyruimte, garage, loods, serre en twee dakkapellen. Het perceel heeft een oppervlakte van 980m².

Beoordeling door de rechtbank

3. Partijen zijn het erover eens dat de waarde van de woning moet worden vastgesteld op € 534.000. Daarnaast zijn partijen het erover eens dat de heffingsambtenaar de reiskosten van € 4, de verletkosten voor het bijwonen van de zitting van € 106 en het griffierecht aan belanghebbende moet vergoeden. De rechtbank ziet geen aanleiding om hiervan af te wijken en zal partijen hierin volgen.
3.1.
De rechtbank beoordeelt of belanghebbende recht heeft op een vergoeding van de verletkosten voor de tijd die zij heeft moeten besteden aan de voorbereiding van de zaak en het opstellen van processtukken.
3.2.
Naar het oordeel van de rechtbank komt belanghebbende niet in aanmerking voor een vergoeding van de genoemde verletkosten
.De rechtbank overweegt dat recht bestaat op een proceskostenvergoeding voor de proceskosten die worden genoemd in het Besluit proceskosten bestuursrecht. Dit besluit voorziet niet in een proceskostenvergoeding voor de eigen tijd die een belanghebbende heeft besteed aan het opstellen van processtukken en het bestuderen van een zaak. [1] De rechtbank ziet dus geen aanleiding om de gevraagde proceskostenvergoeding toe te kennen.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar en vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde tot € 534.000. De aanslag wordt dienovereenkomstig verminderd.
4.1.
Omdat het beroep gegrond is, moet de heffingsambtenaar het griffierecht aan belanghebbende vergoeden. Belanghebbende krijgt een vergoeding van haar proceskosten tot een bedrag van € 110,-.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde van de woning tot een bedrag van € 534.000 en vermindert de aanslag dienovereenkomstig;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 53,- aan belanghebbende moet vergoeden;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 110,- aan proceskosten aan belanghebbende.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. L.C.J.A. Miseré, griffier.
griffier
rechter
De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

Voetnoten

1.Hoge Raad 21 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX7940.