Uitspraak
1.De procedure
- de dagvaarding in kort geding van 11 mei met producties,
- de mondelinge behandeling van 19 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De verhuurder is eigenaar en verhuurder van een woning die door de huurder wordt bewoond op basis van een mondelinge huurovereenkomst voor onbepaalde tijd. Er is een huurachterstand van €8.000,00, wat neerkomt op minimaal zestien maanden niet-betaalde huur. De verhuurder woont zelf in de bovenverdieping van het pand en voelt zich onveilig door bedreigingen van de huurder.
De verhuurder vordert in kort geding de ontruiming van de woning en een gebiedsverbod van 50 meter rondom de woning. De huurder is niet verschenen ondanks correcte dagvaarding, waardoor verstek wordt verleend. De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand ernstig genoeg is om ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming te rechtvaardigen en dat het spoedeisend belang van de verhuurder voldoende is.
Daarnaast is op basis van WhatsApp-berichten en aangifte van bedreigingen aannemelijk geworden dat de verhuurder angst en onveiligheid ervaart. De kantonrechter acht een gebiedsverbod van 90 dagen proportioneel om de verhuurder een veilige woonomgeving te garanderen. De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen zeven dagen na betekening en het gebiedsverbod wordt opgelegd zonder dwangsom, met machtiging voor de verhuurder om naleving af te dwingen.
De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €967,02. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen zeven dagen en krijgt een gebiedsverbod van 90 dagen opgelegd.