Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3 maart 2025 schuldig heeft gemaakt aan een poging tot zware mishandeling dan wel mishandeling van [aangeefster] (hierna: aangeefster).
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
alleten laste gelegde handelingen.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.Beslissing
spreekt verdachte vrijvan het primair ten laste gelegde feit;
een taakstraf van 80 uren;
40 dagen hechtenis;
tot een gevangenisstraf van 92 dagen,
waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
meldplicht bij reclassering
contactverbod
locatie-/gebiedsverbod
mr. J.F.C. Janssen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. Lemmens, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 27 mei 2026.