Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:4654

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
27 mei 2026
Zaaknummer
26139
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • R. P. Broeders
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 27 mei 2026 uitspraak gedaan over het beroep van eiser tegen een onbekend gebleven besluit. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht van €194,- niet is betaald en eiser geen verontschuldiging heeft gegeven voor het verzuim.

De griffier heeft eiser meerdere malen in de gelegenheid gesteld het griffierecht binnen een gestelde termijn te voldoen, eerst per gewone brief en daarna per aangetekende brief. Ondanks deze aanmaningen heeft eiser het griffierecht niet betaald. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is betaling van griffierecht verplicht bij het instellen van beroep, en niet-betaling leidt tot niet-ontvankelijkheid tenzij sprake is van een verontschuldigbare reden.

Omdat geen verontschuldiging is gebleken, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt zij het beroep niet inhoudelijk. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R. P. Broeders en griffier T. Kalsbeek en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 26/139

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

Verweerder niet bekend.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen een onbekend gebleven besluit.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van Pro de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 194,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.
Heeft eiser het griffierecht tijdig betaald?
4. De griffier heeft eerst bij gewone brief en vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 9 februari 2026 eiser in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van zowel de eerste brief als de tweede (aangetekende) brief.
5. Eiser heeft het griffierecht niet op tijd betaald.
Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?
6. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van T. Kalsbeek, griffier op 27 mei 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.