Uitspraak
1.De procedure
- het extract audiëntieblad van de rolzitting van 28 januari 2026 met de conclusie van antwoord,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een geschil tussen verhuurder en huurder over een huurachterstand en de vraag of de huurovereenkomst ontbonden moet worden. De verhuurder vordert ontbinding en ontruiming, terwijl partijen uiteindelijk overeenstemming bereiken over een betalingsregeling.
De huurder heeft een huurachterstand opgebouwd van €4.078,47 tot en met mei 2026, met bijkomende wettelijke rente en proceskosten. De verhuurder heeft de huurder meerdere malen aangemaand en gewezen op schuldhulpverlening, waarna de huurder niet afwijzend reageerde. Partijen komen overeen dat de huurder het totale bedrag van €5.463,42 in wekelijkse termijnen van €150 zal aflossen, naast de lopende huurverplichtingen.
De kantonrechter wijst de gewijzigde vordering toe, ontbindt de huurovereenkomst en legt een voorwaardelijke ontruiming op indien de huurder zich niet aan de betalingsafspraken houdt. De veroordelingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze ook gelden tijdens een eventueel hoger beroep.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur en ontruiming bij niet-naleving van de betalingsregeling.