Eiseres, werkzaam als medewerker facilitaire services, viel op 16 maart 2021 uit en verzocht om een WIA-uitkering. Het UWV weigerde deze uitkering per 12 maart 2024, omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Na een bezwaarprocedure werd dit besluit gehandhaafd. Eiseres stelde dat haar medische beperkingen, waaronder een lymfoom, neuropathische pijn, psychische klachten en een ritmestoornis, onvoldoende waren meegewogen en dat zij volledig arbeidsongeschikt was.
De rechtbank baseerde zich op rapporten van verzekeringsartsen die eiseres lichamelijk en psychisch onderzochten en concludeerden dat zij niet volledig arbeidsongeschikt is. De beperkingen zijn vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De arbeidsdeskundige van het UWV beoordeelde drie functies als passend en geschikt voor eiseres, die ook voldoet aan de opleidingseisen. Het gestelde excessieve ziekteverzuim werd niet onderbouwd met medische gegevens.
De rechtbank oordeelde dat de medische beoordeling voldoende gemotiveerd is en dat eiseres niet voldoet aan de criteria voor volledige arbeidsongeschiktheid. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand. Tevens is het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen omdat de procedure binnen de termijn is afgerond.