ECLI:NL:RBZWB:2026:4674

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
28 mei 2026
Zaaknummer
C/02/448457 HA RK 26-97 (E)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Rechters
  • ing. Peters
  • Römers
  • Breeman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvWrakingsprotocol rechtbank Zeeland-West-Brabant
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wrakingsverzoek rechter familierecht niet-ontvankelijk verklaard

Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen mr. Sumner, de familierechter in de hoofdzaak met procedurenummer C/02/447475/JERK 26/706. Het verzoek werd schriftelijk ingediend, maar bevatte geen concrete feiten of omstandigheden die de rechterlijke onpartijdigheid zouden aantasten.

De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en het Wrakingsprotocol van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Omdat het verzoek niet voldeed aan de vereisten van onderbouwing en feitelijke motivering, werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.

De behandeling van de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de familierechter is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Wrakingskamer
Locatie: Breda
Procedurenummer: C/02/448457 HA RK 26-97
beslissing van 26 mei 2026 op het wrakingsverzoek zoals bedoeld in artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van:
[verzoekster],
verzoekster.

1.Procesverloop

Het verloop van deze procedure blijkt onder meer uit:
 de processtukken zoals opgenomen in het procesdossier van de hoofdzaak met procedurenummer C/02/447475/JERK 26/706,
 het wrakingsverzoek van 21 mei 2026, ontvangen via e-mail;
 het e-mailbericht van de gewraakte rechter aan de wrakingskamer van 22 mei 2026 waaruit blijkt dat hij niet in de wraking berust.

2.Het verzoek

2.1
Het verzoek van 21 mei 2026 strekt tot wraking van mr. Sumner (hierna: de rechter), optredend als familierechter in de bovengenoemde hoofdzaak.
2.2
De rechter berust niet in het verzoek tot wraking.

3.De inhoud van het wrakingsverzoek

In het wrakingsverzoek schrijft verzoekster dat zij de rechter wenst te wraken en dat zij dit mondeling wil toelichten. Daarnaast schrijft zij dat ook in verband met belangenverstrengeling om een andere rechter wordt verzocht.

4.De beoordeling

4.1
Op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan elk van de rechters die een zaak behandelt op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
4.2
In artikel 1, de leden 3 en 4, van het Wrakingsprotocol rechtbank Zeeland-West-Brabant per 1 april 2021 (raadpleegbaar via https://www.rechtspraak.nl/organisatie-en-contact/organisatie/rechtbanken/rechtbank-zeeland-west-brabant/regels-en-procedures/regels-procedures-wraking) staat dat een wrakingsverzoek dat niet tijdens een zitting wordt ingediend schriftelijk moet worden ingediend en de feiten en omstandigheden moet vermelden waardoor volgens verzoekster de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
4.3
De wrakingskamer stelt vast dat in het wrakingsverzoek niet wordt toegelicht waarom de rechter wordt gewraakt. Dat er sprake zou zijn van belangenverstrengeling is als zodanig niet voldoende, omdat niet wordt onderbouwd waarom dit volgens verzoekster het geval is. Het wrakingsverzoek is hierom niet-ontvankelijk.
4.4
Op grond van artikel 4, tweede lid, van het voornoemde Wrakingsprotocol blijft een behandeling van dit wrakingsverzoek achterwege omdat het niet-ontvankelijk is.

5.De beslissing

De wrakingskamer:
 verklaart het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk;
 bepaalt dat de behandeling van de hoofdzaak met procedurenummer C/02/447475/JERK 26/706 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van dit verzoek.
Deze beslissing is genomen op 26 mei 2026 door mr. ing. Peters, rechter en voorzitter, en mr. Römers en mr. Breeman, rechters, in aanwezigheid van mr. Hamans, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd om deze
beslissing mede te ondertekenen.
voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.