Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:4687

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
28 mei 2026
Zaaknummer
BRE 26/2684
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbArt. 4:116 AwbArt. 8:4 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd inzake schorsing loonbeslag UWV

Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het door het UWV gelegde loonbeslag bij zijn werkgever. Dit loonbeslag is gelegd naar aanleiding van een terugvorderingsbesluit van het UWV, waartegen verzoeker bezwaar en beroep heeft ingesteld.

De voorzieningenrechter stelt vast dat het loonbeslag is gelegd op basis van een dwangbevel, dat een executoriale titel vormt. Volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is tegen een dwangbevel geen bezwaar of beroep mogelijk, waardoor de bestuursrechter niet bevoegd is om over het loonbeslag te oordelen.

Daarom verklaart de voorzieningenrechter zich onbevoegd en wijst verzoeker erop dat hij zich tot de civiele rechter moet wenden voor een verzoek tot schorsing van het loonbeslag. Het betaalde griffierecht wordt aan verzoeker terugbetaald.

Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd om te beslissen over het verzoek tot schorsing van het loonbeslag en wijst verzoeker naar de civiele rechter.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 26/2684

uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 mei 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker inzake het door het UWV gelegde loonbeslag.
1.1
Omdat de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is om op het verzoek te beslissen doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Waar gaat deze zaak over?
2.1
Met het besluit van 12 november 2025 heeft het UWV aan verzoeker meegedeeld dat hij een bedrag moet terugbetalen. Het bezwaar dat verzoeker tegen dit besluit heeft ingediend is met het besluit van 26 februari 2026 ongegrond verklaard. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit bij de rechtbank (zaaknummer 26/1940).
2.2
Het UWV heeft op 16 april 2026 loonbeslag gelegd bij de werkgever van verzoeker. Verzoeker heeft vervolgens aan de voorzieningenrechter gevraagd de tenuitvoerlegging van dit beslag te schorsen.
2.3
De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker zijn verzoek heeft gekoppeld aan de beroepszaak tegen het terugvorderingsbesluit. Met het terugvorderingsbesluit is echter niet het loonbeslag gelegd. Zoals ook al in de brief van 15 mei 2026 van de griffier aan verzoeker is meegedeeld, is voor het leggen van een loonbeslag een dwangbevel noodzakelijk. In de brief van 16 april 2026 die het UWV aan de werkgever heeft gestuurd wordt ook melding gemaakt van die dwangbevelen.
Is de voorzieningenrechter bevoegd?
2.4
In artikel 4:116 van Pro de Awb is bepaald dat een dwangbevel een executoriale titel oplevert. Ingevolge artikel 8.4, eerste lid, onder b, van de Awb kan geen beroep (en dus ook geen bezwaar) worden ingesteld tegen een dwangbevel. Dit betekent dat de voorzieningenrechter niet bevoegd is te oordelen over het door het UWV gelegde loonbeslag. Verzoeker zal zich met zijn verzoek tot schorsing van het loonbeslag tot de civiele rechter moeten wenden.
2.5
De meeste civiele procedures beginnen met een dagvaarding. Daarvoor moet verzoeker een gerechtsdeurwaarder inschakelen. Het verzoekschrift kan daarom niet doorgestuurd worden naar de civiele rechter.
Conclusie en gevolgen
3. De voorzieningenrechter zal zich onbevoegd verklaren.
3.1
Omdat de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is, zal het door verzoeker betaalde griffierecht aan hem worden terugbetaald.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier op 28 mei 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl..
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.