Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
.De proceskosten van [partij 1] worden begroot op:
€ 1.391,25exclusief btw
€ 1.325,00 exclusief btw
€ 2.915,00exclusief btw.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze civiele procedure staat centraal of de rechter bevoegd is om te beslissen over de nakoming van een vaststellingsovereenkomst (VSO) waarin een mediationbeding is opgenomen. Partijen hadden een VSO gesloten na een hoger beroep, waarin was bepaald dat bij geschillen eerst mediation moet worden geprobeerd. De kantonrechter oordeelt dat ondanks dit mediationbeding de rechter bevoegd blijft en ziet geen reden om de zaak aan te houden voor mediation.
[Partij 1] vordert betaling van €3.350,00 wegens niet-nakoming van de VSO door [partij 2]. [Partij 2] betwist de bevoegdheid van de rechter en voert een opschortingsverweer omdat de akte van cessie nog niet was ondertekend. Dit verweer wordt verworpen omdat geen opschortingsrecht bestond en de betalingstermijn was verstreken.
In reconventie vordert [partij 2] schadevergoeding wegens onrechtmatig beslaglegging door [partij 1]. De kantonrechter stelt vast dat de schade onvoldoende is onderbouwd en wijst de vordering af. De rechter veroordeelt [partij 2] tot betaling van het bedrag uit de VSO, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten, en wijst de reconventionele vordering af.
Uitkomst: De rechter wijst de betalingsvordering toe en wijst de schadevergoeding wegens beslag af wegens onvoldoende onderbouwing.