Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
JEUGDBESCHERMING BRABANT,
[de vader], hierna te noemen: de vader, gezamenlijk te noemen: de ouders,
1.Het verloop van de procedure
- het bericht van de pleegmoeder van 13 april 2026;
- het bericht van de GI met bijlagen, ontvangen op 17 april 2026;
- de brief van de Raad, ontvangen op 23 april 2026;
- het bericht van de pleegmoeder van 23 april 2026.
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
[datum] 2026 om [uur].
De GI wordt verzocht om uiterlijk een week voorafgaand aan de nadere zitting de rechtbank schriftelijk te informeren over de recente ontwikkelingen, waaronder de voortgang van de hulpverleningstrajecten van de ouders, en of zij het resterende deel van het verzoek handhaaft dan wel intrekt, onder gelijktijdige verstrekking daarvan aan de ouders.
6.De beslissing
[datum] 2026 om [uur]ten overstaan van mr. S.E. van de Merbel voor de duur van 45 minuten;
uiterlijk een weekvoorafgaand aan voornoemde mondelinge behandeling een briefrapportage toe te zenden, zulks met inachtneming van hetgeen hiervoor in rechtsoverweging 5.7. is overwogen;
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.