Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:4718

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
29 mei 2026
Zaaknummer
BRE 25/2825
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 7:15 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling DUO in proceskosten na intrekking beroep wegens tegemoetkoming

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een besluit van DUO waarin zijn verzoek om omzetting van prestatiebeurs in een gift werd afgewezen. Tijdens de procedure heeft DUO op 12 februari 2026 een aanvullend besluit genomen waarbij de prestatiebeurs alsnog werd omgezet in een gift, waardoor verzoeker het beroep introk.

De rechtbank heeft beoordeeld of DUO geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen en concludeerde dat dit het geval is. Op grond daarvan kan DUO worden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Verzoeker had proceskosten gespecificeerd bestaande uit griffierecht, reiskosten, parkeerkosten en kosten van aangetekende verzending. De rechtbank oordeelde dat alleen de reis- en parkeerkosten en het griffierecht voor vergoeding in aanmerking komen, waarbij de griffierechtvergoeding door verzoeker rechtstreeks bij DUO moet worden gevorderd.

De rechtbank veroordeelde DUO tot betaling van € 32,90 aan proceskosten aan verzoeker. DUO heeft niet gereageerd op het verzoek om proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 28 mei 2026.

Uitkomst: DUO wordt veroordeeld tot betaling van € 32,90 aan proceskosten aan verzoeker na intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/2825 WSFBSF

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 mei 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

en

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, DUO.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van DUO in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van DUO van 8 april 2025. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat DUO op 12 februari 2026 een aanvullend besluit heeft genomen.
1.1.
De rechtbank heeft DUO in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. DUO heeft hierop niet gereageerd.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is DUO aan verzoeker tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of DUO geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 16 mei 2025 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het bestreden besluit van 8 april 2025. In dit besluit is eisers bezwaar tegen de afwijzing van zijn verzoek om
omzetting van zijn prestatiebeurs in een gift ongegrond verklaard.
DUO heeft op 16 mei 2025 een besluit genomen, waarin de prestatiebeurs voor zijn studie Technicus mechanica over de periode van 1 augustus 2020 tot augustus 2022 alsnog is omgezet in een gift. Bij besluit van 12 februari 2026 heeft DUO ook de prestatiebeurs voor zijn studie Chemisch-fysisch analist over de periode van augustus 2022 tot augustus 2023 omgezet in een gift. Hiermee is DUO tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker.
Welk bedrag aan proceskosten moet DUO aan verzoeker vergoeden?
5. Verzoeker heeft verzocht om vergoeding van zijn proceskosten. Hij heeft deze kosten als volgt gespecificeerd:
- € 194,00 griffierecht
- € 26,32 reiskosten (2 x 47 kilometer x € 0,28 per kilometer)
- € 6,58 parkeerkosten
- € 37,40 aangetekende verzending van drie brieven naar de rechtbank.
5.1.
De rechtbank stelt voorop dat uitsluitend proceskosten die opgenomen zijn in artikel 1 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht (het Besluit) voor vergoeding in aanmerking kunnen komen.
Artikel 1 van Pro het Besluit luidt als volgt:
Een veroordeling in de kosten als bedoeld in artikel 8:75 onderscheidenlijk Pro een vergoeding van de kosten als bedoeld in artikel 7:15, tweede lid, of 7:28, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan uitsluitend betrekking hebben op:
a. kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand,
b. kosten van een getuige of deskundige die door een partij of een belanghebbende is meegebracht of opgeroepen, dan wel van een deskundige die aan een partij verslag heeft uitgebracht,
c. kosten van een tolk die door een partij of een belanghebbende is meegebracht of opgeroepen,
d. reis- en verblijfkosten van een partij of een belanghebbende,
e. verletkosten van een partij of een belanghebbende,
f. kosten van uittreksels uit de openbare registers, telegrammen, internationale telexen, internationale telefaxen en internationale telefoongesprekken, en
g. kosten van het als gemachtigde optreden van een arts in zaken waarin enig wettelijk voorschrift verplicht tot tussenkomst van een gemachtigde die arts is.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat verzoeker op basis van het Besluit recht heeft op vergoeding van zijn reis- en parkeerkosten (totaal € 32,90), omdat hij gezien zijn beperkte mobiliteit niet of nauwelijks gebruik kan maken van het openbaar vervoer. De rechtbank acht de hoogte van de kosten in vergelijking tot de tarieven in het openbaar vervoer aannemelijk en ziet geen aanleiding hiervan af te wijken.
5.3.
De kosten van aangetekende verzending van poststukken zijn niet genoemd in het Besluit en komen daarom niet voor vergoeding in aanmerking.
Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat DUO verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 194,00 te vergoeden. [3] Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot DUO wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt DUO tot betaling van € 32,90 aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van M.H.A. de Graaf, griffier, op 28 mei 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.