ECLI:NL:RBZWB:2026:4722
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Wraking
- Kok
- Bergen
- Sterk
- Rechtspraak.nl
Beslissing op wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid
In deze wrakingsprocedure verzocht verzoeker om wraking van de rechter vanwege vermeende vooringenomenheid. Verzoeker stelde dat de rechter niet op de hoogte was van een relevante uitspraak van de Hoge Raad en deze niet correct toepaste, en dat hij onvoldoende spreektijd kreeg tijdens de zitting. De rechter berustte niet in het wrakingsverzoek.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waarbij de onpartijdigheid van de rechter wordt vermoed tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid. De kamer concludeerde dat het beperken van spreektijd binnen de procesorde valt en niet wijst op vooringenomenheid. Ook het vermeende onjuist toepassen van jurisprudentie betreft een inhoudelijke beoordeling die geen grond voor wraking vormt.
De schriftelijke aanvulling op het wrakingsverzoek werd buiten beschouwing gelaten wegens te late indiening. De wrakingskamer verklaarde het verzoek kennelijk ongegrond en besloot de hoofdzaak voort te zetten in de stand van zaken voor de schorsing. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt kennelijk ongegrond verklaard en de hoofdzaak wordt voortgezet.