ECLI:NL:RBZWB:2026:4743
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen onbevoegdverklaring beroep inzake niet tijdig beslissen klacht onjuiste terinzagelegging
Opposant had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college van burgemeester en wethouders over zijn klacht over een onjuiste terinzagelegging van openbare stukken bij het TAM-ontwerp omgevingsplan.
De rechtbank had zich op 1 mei 2026 onbevoegd verklaard om van het beroep kennis te nemen, omdat het niet tijdig beslissen op een klacht niet vatbaar is voor beroep. Opposant stelde verzet in tegen deze onbevoegdverklaring en voerde aan dat zijn klacht als een verkapt bezwaar moest worden gezien en dat het college in strijd met diverse artikelen van de Awb had gehandeld.
De rechtbank oordeelde dat hoofdstuk 9 van de Awb een bijzondere regeling bevat voor klachtbehandeling, waarbij tegen beslissingen over klachten geen bezwaar of beroep openstaat. Dit geldt ook voor het niet tijdig beslissen op klachten. Daarom is het beroep van opposant niet ontvankelijk en was de onbevoegdverklaring terecht.
Het verzet werd ongegrond verklaard en de uitspraak van 1 mei 2026 bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzet tegen de onbevoegdverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van 1 mei 2026 blijft in stand.