ECLI:NL:RBZWB:2026:4762

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
30 mei 2026
Zaaknummer
C/02/447293 / FA RK 26-2013
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Snoeks
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor betrokkene met psychische stoornis en verslavingsproblematiek

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 29 april 2026 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1980, voor de duur van twaalf maanden. De machtiging is aangevraagd door de officier van justitie vanwege de psychische stoornis en verslavingsproblematiek van betrokkene, die zonder verplichte zorg ernstig nadeel kan ondervinden.

Tijdens de zitting werd betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn advocaat, evenals casemanagers en een maatschappelijk werkster. Betrokkene gebruikt medicatie en verdovende middelen, maar is zorgmijdend en vertoont risico op afglijden zonder verplichte zorg. De zorgmachtiging is noodzakelijk om medicatietrouw te waarborgen en stabiliteit te bevorderen.

De rechtbank oordeelt dat betrokkene lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis met psychotische klachten, een posttraumatische stressstoornis en verslavingsproblematiek. Deze aandoeningen veroorzaken ernstig nadeel, waaronder levensgevaar, psychische schade en maatschappelijke teloorgang. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en verplichte zorg is proportioneel en noodzakelijk.

De toegewezen zorgvormen omvatten het toedienen van medicatie, medische controles, onderzoek van de woonruimte op middelen en gevaarlijke voorwerpen, controle op middelengebruik en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid om contact met hulpverlening af te dwingen. Andere gevraagde zorgvormen worden afgewezen wegens onvoldoende noodzaak.

De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter Snoeks, met de mogelijkheid tot cassatie.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte zorgvormen gericht op medicatietoezicht en begeleiding.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/447293 / FA RK 26-2013
Datum uitspraak: 29 april 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1980 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. M.C.A. Hollants uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 20 april 2026;
  • de op 29 april 2026 nagezonden bevindingen van de geneesheer-directeur van 27 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 29 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de heer [persoon 1] en mevrouw [persoon 2] , casemanagers;
  • mevrouw [persoon 3] , maatschappelijk werkster bij [accommodatie] .

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 13 mei 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Tijdens de zitting heeft betrokkene aangegeven dat het goed met hem gaat. Betrokkene verblijft weer bij [accommodatie] . Betrokkene gebruikt de voorgeschreven medicatie. Wanneer hij minder lorazepam gebruikt zorgt dit voor spanning en angst bij betrokkene. Betrokkene gebruikt op het moment zo’n tweemaal per week verdovende middelen (cocaïne).
4.2.
De casemanagers lichten toe dat de het belangrijk is dat betrokkene zijn medicatie blijft innemen. Dit gaat nu goed. Zonder zorgmachtiging zal het echter niet lukken om betrokkene daartoe te bewegen en zal betrokkene opnieuw afglijden. Het is niet mogelijk om de medicatie oraal in te laten nemen. Daarvoor is betrokkene te zorgmijdend en is er te weinig zicht op de inname daarvan. Naast de depotmedicatie gebruikt betrokkene ook nog veel andere medicatie. Betrokkene is het niet eens met het afbouwen van deze medicatie. Anders dan de medicamenteuze behandeling, wordt betrokkene op het moment geen behandeling geboden. Er is bij betrokkene geen motivatie voor traumabehandeling. De zorgvormen die verband houden met een opname zijn enkel noodzakelijk wanneer betrokkene ontregelt. Dit is op het moment niet voorzienbaar. Een opname heeft het afgelopen jaar ook niet plaatsgevonden.
4.3.
De maatschappelijk werkster benoemt dat de zorgmachtiging helpend is voor de begeleiding van betrokkene. Dit biedt een stok achter de deur, waardoor betrokkene zich begeleidbaar opstelt en zijn depotmedicatie accepteert. De maatschappelijk werkster is van plan om met betrokkene te proberen om via jeugdzorg weer in contact te komen met de dochter van betrokkene. Daarvoor is het van belang dat betrokkene stabiel is en zijn medicatie inneemt. De woon- en verblijfruimte van betrokkene wordt onderzocht. In het verleden heeft betrokkene onder andere messen op zijn kamer gehad. Hiervan is nu geen sprake. De maatschappelijk werkster heeft de indruk dat betrokkene meer verdovende middelen gebruikt dan hij zelf toegeeft. Wanneer betrokkene gebruikt heeft, is hij zorgmijdend en gaat hij zwerven. Dit zorgt ervoor dat hij de laatste tijd veel op straat leeft.
4.4.
Door de advocaat is namens betrokkene verzocht om te volstaan met het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richting bij wijze van verplichte zorg. Betrokkene vindt het prima om eens per twee weken contact te houden met [hulpverlening] . De andere zorgvormen dienen te worden afgewezen. Betrokkene is het afgelopen jaar niet opgenomen geweest en heeft een goede woonplek met begeleiding. Betrokkene acht het risico dat zijn middelengebruik uit de hand loopt niet groot. De zorgvormen die zien op een opname dienen dan ook niet in de zorgmachtiging te worden opgenomen. Ook het toedienen van de medicatie wil betrokkene niet opgenomen hebben in de zorgmachtiging. Betrokkene heeft namelijk een hekel aan de depotmedicatie.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft te kampen met chronisch psychotische klachten in het kader van een schizofreniespectrumstoornis, waarbij sprake is van hallucinaties en paranoïde gedachten. Tevens is er sprake van een posttraumatische stressstoornis en verslavingsproblematiek.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- ernstige immateriële schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene, wanneer hij psychotisch decompenseert, bekend is met agressief en overlastgevend gedrag. Dit gedrag heeft er in het verleden voor gezorgd dat betrokkene uit zijn woning is gezet en dat hij herhaaldelijk in aanraking is gekomen met politie en justitie. Ook vertoont betrokkene negatieve symptomen. Zo trekt betrokkene zich terug uit het contact, heeft hij moeite met zelfzorg en heeft hij veel ondersteuning nodig bij het uitvoeren van zijn dagelijkse activiteiten.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene is ambivalent ten aanzien van de benodigde medicatie. Wanneer het minder goed gaat met betrokkene en/of bij drugsgebruik kan hij de zorg afhouden, de benodigde medicatie weigeren en zich terugtrekken uit het contact. De zorgmachtiging is daarom op het moment als stok achter de deur nog nodig. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten (namelijk contact met [hulpverlening] ).
5.8.
Gelet op de toelichting tijdens de zitting acht de rechtbank het ‘beperken van de communicatiemiddelen’ onder de zorgvorm het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten niet noodzakelijk. De rechtbank zal deze vorm van verplichte zorg dan ook afwijzen.
5.9.
De rechtbank zal het verzoek voor zover dat ziet op de overige door de officier van justitie verzochte vormen van verplichte zorg ook afwijzen, omdat daartoe naar het oordeel van de rechtbank geen noodzaak bestaat en het onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn.
5.10.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1980 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 29 april 2027;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026 door mr. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van mr. Palings, griffier en op schrift gesteld op 7 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.