ECLI:NL:RBZWB:2026:4764

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
30 mei 2026
Zaaknummer
C/02/447179 / FA RK 26-1941
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Snoeks
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning zorgmachtiging voor schizoaffectieve stoornis met verplichte medicatie en medische controles

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 29 april 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1953, die lijdt aan een schizoaffectieve stoornis van het depressieve type. Betrokkene verblijft reeds met een machtiging in een accommodatie en wil daar graag blijven wonen. Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werden betrokkene, zijn advocaat, een verpleegkundig specialist en zijn zoon gehoord.

De verpleegkundig specialist en de zoon gaven aan dat betrokkene wisselende perioden kent met somberheid en psychotische symptomen, waaronder imperatieve hallucinaties, die leiden tot medicatieweigering en zelfverwaarlozing. De zorgmachtiging is noodzakelijk om betrokkene te dwingen medicatie in te nemen en medische controles te ondergaan. De opname als verplichte zorg is echter niet langer noodzakelijk; betrokkene kan vrijwillig in de accommodatie blijven.

De rechtbank oordeelde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn psychische stoornis, waaronder levensgevaar en ernstige verwaarlozing. Er zijn geen passende vrijwillige zorgmogelijkheden. De zorgmachtiging wordt daarom voor twaalf maanden verleend, met verplichte zorgvormen bestaande uit medicatietoediening, medische controles en beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten, met name het contact met hulpverlening. Het beperken van communicatiemiddelen wordt afgewezen als onnodig.

De toegewezen zorgvormen zijn evenredig en gericht op stabilisatie en herstel van de geestelijke en fysieke gezondheid, met oog voor de bevordering van maatschappelijke deelname en veiligheid. De beschikking is op 29 april 2026 mondeling gegeven en op 7 mei 2026 schriftelijk vastgelegd. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte medicatie, medische controles en beperkingen in vrijheid, maar wijst verplichte opname af.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/447179 / FA RK 26-1941
Datum uitspraak: 29 april 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1953 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. C.L.M. Gommers uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 15 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 29 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , verpleegkundig specialist;
  • de heer [persoon 2] , de zoon tevens mentor van betrokkene.
1.3.
Tevens was mevrouw [persoon 3] , casemanager, aanwezig. Zij is door de rechtbank niet gehoord.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 23 juni 2026. Betrokkene verblijft met deze machtiging in de [accommodatie] .

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Tijdens de zitting geeft betrokkene aan dat het wisselend met hem gaat. Hij heeft op het moment meer slechte dan goede dagen. De zitting zorgt voor een toename van de spanning bij betrokkene. Betrokkene wil het liefst binnen de accommodatie blijven wonen.
4.2.
De verpleegkundig specialist licht toe dat het over het algemeen goed gaat met betrokkene. Er zijn momenten waarop betrokkene somber of psychotisch is. De stemmen die hij dan hoort zeggen dan onaardige dingen tegen betrokkene. Op dergelijke momenten is de zorgmachtiging noodzakelijk om betrokkene ertoe te bewegen dat hij de medicatie inneemt. Wanneer het goed gaat met betrokkene, wenst hij dat alles blijft zoals het is. Betrokkene wil ook graag binnen de accommodatie blijven wonen. Het verblijf kan daarom vrijwillig worden voortgezet en hoeft niet langer bij wijze van verplichte zorg plaats te vinden.
4.3.
De zoon van betrokkene sluit zich aan bij de verpleegkundig specialist. Wanneer het minder goed met betrokkene gaat, kan betrokkene de medicatie weigeren. Dan gaat het steeds slechter met betrokkene. Het is dan niet langer haalbaar om de leuke dingen te doen die zij hebben gepland.
4.4.
De advocaat benoemt dat de zorgmachtiging kan worden toegewezen voor de zorgvormen het toedienen van medicatie, het verrichten van medische controles en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, zoals tijdens de zitting is besproken. De opname is niet noodzakelijk bij wijze van verplichte zorg. Betrokkene wil graag binnen de accommodatie blijven wonen.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene is bekend met een schizoaffectieve stoornis van het depressieve type. De stoornis is door of namens betrokkene niet betwist.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing.
5.4.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene zich, onder invloed van voormelde psychische stoornis, angstig en somber voelt. Hij ervaart imperatieve hallucinaties en achterdochtige gedachten, die zorgen voor een grote lijdenslast. Wanneer de psychotische symptomen toenemen, kan betrokkene zich terugtrekken en verwaarloost hij zichzelf. Betrokkene kan dan te weinig vocht en voeding tot zich nemen en zijn (somatische en psychiatrische) medicatie weigeren.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Hoewel betrokkene zich momenteel aan de afspraken houdt en de voorgeschreven medicatie accepteert, acht de rechtbank de zorgmachtiging op het moment als stok achter de deur nog nodig. Wanneer het minder goed gaat met betrokkene, verzet hij zich immers tegen de benodigde (medicamenteuze) behandeling.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten (namelijk contact met [hulpverlening] ).
5.8.
Gelet op de toelichting tijdens de zitting acht de rechtbank het ‘beperken van de communicatiemiddelen’ onder de zorgvorm het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten niet noodzakelijk. De rechtbank zal deze vorm van verplichte zorg dan ook afwijzen.
5.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1953 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 29 april 2027;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026 door mr. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van mr. Palings, griffier en op schrift gesteld op 7 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.