Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 januari 2026 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats] ,
[eiseres], uit [woonplaats] ,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eisers hebben een herzieningsverzoek ingediend tegen het besluit van 8 januari 2021 waarbij hun bijstandsuitkering werd ingetrokken en teruggevorderd. Dit besluit was genomen na een eerdere uitspraak van de rechtbank die het oorspronkelijke besluit vernietigde wegens onvoldoende motivering over de gezamenlijke huishouding.
De rechtbank heeft beoordeeld dat het herzieningsverzoek terecht is afgewezen door Orionis omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die het eerdere besluit kunnen wijzigen. De aangevoerde argumenten, waaronder vermeende dwang bij een verklaring en berichten over misstanden bij Orionis, zijn onvoldoende onderbouwd en waren reeds bekend of hadden toen aangevoerd kunnen worden.
De rechtbank concludeert dat het verzoek om terug te komen op het besluit niet kan slagen en dat het beroep ongegrond is. Eisers krijgen geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter J.W. Ponds en griffier C.M.A. Groenendaal op 28 januari 2026.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek is terecht afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.