ECLI:NL:RBZWB:2026:4772

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
30 mei 2026
Zaaknummer
C/02/447628 / FA RK 26-2195
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Snoeks
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel wegens psychotische stoornis en risico op ernstig nadeel

Betrokkene verblijft sinds 25 april 2026 onder een crisismaatregel in een accommodatie na een incident waarbij hij verwondingen opliep. De officier van justitie verzoekt verlenging van deze maatregel voor drie weken. Betrokkene wil graag naar huis en verzet zich tegen de voortzetting van de zorg.

Tijdens de zitting wordt duidelijk dat betrokkene nog psychotische uitspraken doet, slecht slaapt en kwetsbaar is. De verpleegkundig specialist en agoog bevestigen de noodzaak van verplichte zorg, waaronder medicatietoediening en insluiting, vanwege het risico op ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang.

De rechtbank oordeelt dat de crisismaatregel noodzakelijk is en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De machtiging wordt verleend voor drie weken, met specifieke zorgvormen toegewezen, terwijl andere gevraagde zorgvormen worden afgewezen wegens gebrek aan noodzaak.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de crisismaatregel voor betrokkene met specifieke verplichte zorgvormen voor drie weken.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/447628 / FA RK 26-2195
Datum uitspraak: 29 april 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. V.C. Andeweg uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 28 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 29 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , verpleegkundig specialist;
  • de heer [persoon 2] , agoog.
1.3.
Tevens was mevrouw [persoon 3] , klinisch psycholoog, aanwezig die door de rechtbank niet is gehoord.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in de [accommodatie] . De burgemeester van de gemeente Tilburg heeft de crisismaatregel op 25 april 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De standpunten

4.1.
Tijdens de zitting geeft betrokkene aan dat het goed met hem gaat. Betrokkene heeft ruzie gehad en gevochten. Daarbij is zijn lip verwond en heeft betrokkene een tand verloren. Hiervoor gaat hij naar de tandarts wanneer hij de accommodatie mag verlaten. Betrokkene wil graag naar huis. Betrokkene is in het verleden lang onder behandeling geweest binnen de GGZ (met een zorgmachtiging). Nadat de zorgmachtiging niet meer is verlengd, heeft betrokkene nog een tijd zijn medicatie opgehaald bij het FACT-team. Uiteindelijk heeft betrokkene de behandeling gestaakt.
4.2.
De verpleegkundig specialist licht toe dat zij zich nog zorgen maakt om betrokkene. Betrokkene doet nog psychotische uitspraken. Daarnaast heeft betrokkene de afgelopen week elke nacht slechts 1 uur geslapen. Dit maakt betrokkene extra kwetsbaar. Ook wil betrokkene de accommodatie graag verlaten, waarbij eraan wordt getwijfeld of betrokkene de afspraken met de crisisdienst dan zal nakomen. Gelet op de schizofrenie en deze kwetsbaarheid, is het te precair om te zeggen dat betrokkene al voldoende is gestabiliseerd om de juiste keuzes te kunnen maken. Eerder psychoses hebben geleid tot heftige incidenten. Hoewel betrokkene momenteel beter in de samenwerking is, heeft hij nog aanmoediging nodig bij het innemen van de medicatie. Betrokkene is in oktober 2025 uitgeschreven bij het FACT-team en gestopt met de inname van de medicatie. Daarvoor kwam hij nog wel af en toe zijn medicatie halen. Ten aanzien van de vormen van verplichte zorg acht de verpleegkundig specialist het toedienen van medicatie, het verrichten van medische controles, het beperken van de bewegingsvrijheid, het opnemen in een accommodatie en het insluiten noodzakelijk. Het insluiten ziet enkel op het verblijf op de IC-afdeling en niet op een verblijf in de [locatie].
4.3.
In aanvulling op de verpleegkundig specialist, geeft de agoog aan dat betrokkene de eerste dag erg angstig was vanwege het incident waarbij betrokkene op zijn lip is geslagen. Het is gelukt om die angst te dempen met sederende medicatie. De angst is sindsdien afgenomen. Wel zijn er nog psychotische belevingen.
4.4.
Door de advocaat is namens betrokkene afwijzing van het verzoek bepleit. Betrokkene wil niet binnen de accommodatie verblijven. Hij wil graag naar huis. Subsidiair verzoekt de advocaat om te volstaan met de zorgvormen het toedienen van medicatie, het verrichten van medische controles, het beperken van de bewegingsvrijheid, het opnemen in een accommodatie en het insluiten.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de toelichting tijdens de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- ernstige immateriële schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.3.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene voorafgaand aan de crisisopname verward en angstig gedrag heeft vertoond. Betrokkene veroorzaakte overlast en had de angst dat hij vermoord zou worden. Betrokkene heeft toen ook gevochten, waarbij hij zijn lip heeft verwond. Daarnaast was er sprake van een slechte zelfzorg en heeft betrokkene geen netwerk om op terug te vallen.
5.4.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Bij betrokkene is sprake van een psychotisch toestandsbeeld in het kader van een schizofreniforme stoornis. De stoornis is door of namens betrokkene niet betwist.
5.5.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
5.6.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- opnemen in een accommodatie.
5.7.
De rechtbank zal het verzoek voor zover dat ziet op de overige door de officier van justitie verzochte vormen van verplichte zorg afwijzen, omdat daartoe naar het oordeel van de rechtbank geen noodzaak bestaat en het onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn.
5.8.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Betrokkene wil het liefst de accommodatie verlaten en een eerdere vrijwillige opname is niet houdbaar gebleken.
5.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.6. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 20 mei 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026 door mr. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van mr. Palings, griffier en op schrift gesteld op 7 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.