Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [persoon 1] , verpleegkundig specialist;
- de heer [persoon 2] , agoog.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene verblijft sinds 25 april 2026 onder een crisismaatregel in een accommodatie na een incident waarbij hij verwondingen opliep. De officier van justitie verzoekt verlenging van deze maatregel voor drie weken. Betrokkene wil graag naar huis en verzet zich tegen de voortzetting van de zorg.
Tijdens de zitting wordt duidelijk dat betrokkene nog psychotische uitspraken doet, slecht slaapt en kwetsbaar is. De verpleegkundig specialist en agoog bevestigen de noodzaak van verplichte zorg, waaronder medicatietoediening en insluiting, vanwege het risico op ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang.
De rechtbank oordeelt dat de crisismaatregel noodzakelijk is en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De machtiging wordt verleend voor drie weken, met specifieke zorgvormen toegewezen, terwijl andere gevraagde zorgvormen worden afgewezen wegens gebrek aan noodzaak.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de crisismaatregel voor betrokkene met specifieke verplichte zorgvormen voor drie weken.