Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil in conventie en reconventie
4.De beoordeling in conventie en in reconventie
voorlopigeverdeling van de zorg- en opvoedingstaken vaststellen:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een kort geding tussen een vrouw en een man, beiden met Poolse nationaliteit, die gezamenlijk het gezag hebben over twee minderjarige kinderen. Na beëindiging van hun relatie in juli 2025 wonen zij nog samen met de kinderen in een woning die eigendom is van de man. De vrouw wil met één van de minderjarigen verhuizen naar een huurwoning in een andere plaats, ongeveer 22 kilometer verderop, maar de man weigert toestemming te geven.
De vrouw vordert vervangende toestemming voor de verhuizing, toewijzing van één minderjarige aan haar, en vaststelling van een voorlopige zorgregeling. De man verzet zich tegen de verhuizing en vordert een verbod met dwangsom, maar stemt in met een gelijkwaardige zorgverdeling en toewijzing van de andere minderjarige aan hem.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw een spoedeisend belang heeft bij de verhuizing vanwege de spanningen in de huidige woonsituatie en de noodzaak om de huurwoning te behouden. De verhuizing is doordacht en voorbereid, met maatregelen om het contact tussen de man en de kinderen te waarborgen. Daarom wordt vervangende toestemming verleend voor de verhuizing met één minderjarige.
Verder wordt een voorlopige zorgregeling vastgesteld waarbij de zorg- en opvoedingstaken gelijkwaardig worden verdeeld, met een schema dat rekening houdt met de jonge leeftijd van de kinderen en het belang van hechting. De vakanties en feestdagen worden gelijk verdeeld. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vrouw krijgt vervangende toestemming om met één minderjarige te verhuizen en er wordt een voorlopige gelijkwaardige zorgregeling vastgesteld.