ECLI:NL:RBZWB:2026:4791

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
30 april 2026
Publicatiedatum
31 mei 2026
Zaaknummer
C/02/447216 / FA RK 26-1968
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • mr. [persoon 2]
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing gesloten opname en verlening zorgmachtiging bij paranoïde schizofrenie

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 30 april 2026 het verzoek van de officier van justitie tot verlening van een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan paranoïde schizofrenie en een middelengerelateerde stoornis. Betrokkene was aanvankelijk niet verschenen, maar werd op de vervolgdatum gehoord samen met zijn advocaat en twee case-managers van het FACT-team.

Betrokkene ervaart stemmen in zijn hoofd en gebruikt medicatie en wiet, maar ervaart onvoldoende effect. Hij heeft geen bezwaar tegen de zorgmachtiging of opname. De behandelaren stelden dat betrokkene redelijk stabiel is, maar dat medicatie en toezicht noodzakelijk zijn om terugval te voorkomen. De dosering wordt momenteel aangepast en een hernieuwde opname is lastig te voorspellen, maar decompensatie verloopt geleidelijk.

De advocaat van betrokkene betoogde dat betrokkene goed samenwerkt en verzocht om afwijzing van het verzoek of beperking van de zorgmachtiging tot medicatie en ambulante zorg. De rechtbank oordeelde dat betrokkene een psychische stoornis heeft die ernstig nadeel veroorzaakt, waaronder psychische schade en maatschappelijke teloorgang bij decompensatie.

Omdat betrokkene de noodzaak van medicatie niet inziet en vrijwillige zorg niet mogelijk is, is verplichte zorg noodzakelijk. De rechtbank verleent de zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte medicatie en ambulante contacten, maar wijst verplichte gesloten opname af vanwege onvoldoende voorzienbaarheid en het geleidelijke karakter van decompensatie. De toegewezen zorg is evenredig en effectief, met oog voor veiligheid en maatschappelijke participatie.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte medicatie en ambulante zorg, maar wijst verplichte gesloten opname af.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/447216 / FA RK 26-1968
Datum uitspraak: 30 april 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1951 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. V.C. Andeweg uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 16 april 2026.
1.2.
De zitting vond eerst plaats op 28 april 2026. Betrokkene is toen niet verschenen. De behandeling van het verzoek is aangehouden tot 30 april 2026. Toen zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , case-manager FACT-team;
  • mevrouw [persoon 2] , case-manager FACT-team.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 21 mei 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene zegt dat hij geregeld last heeft van stemmen in zijn hoofd en dat die stemmen hem vertellen wat hij moet doen. Hij is daarvoor weleens bij de huisarts geweest, maar deze zei dat daarvoor geen medicatie voorhanden is. Toch neemt betrokkene op dit moment de medicatie, maar dat helpt onvoldoende. Betrokkene gebruikt daarom ook wel wiet, maar dat helpt ook niet. Tegen de verzochte zorg heeft betrokkene geen bezwaar. Ook heeft hij er geen bezwaar tegen als hij onverhoopt zou moeten worden opgenomen.
4.2.
De behandelaren zeggen dat betrokkene momenteel redelijk stabiel is.
Het ART-begeleidingsteam komt elke dag bij betrokkene langs om hem onder toezicht zijn medicatie te laten innemen. Zij achten die medicatie en dat toezicht noodzakelijk, omdat betrokkene bij decompensatie zich gaat terugtrekken uit het sociale verkeer. Wietgebruik zal dit alles nog meer versterken. Sinds een aantal weken wordt de dosering van de medicatie opgehoogd. Naar de juiste dosering is men nog zoekende. De laatste opname van betrokkene dateert van een half jaar geleden. Betrokkene was toen gestopt met de medicatie. Van een zorgmachtiging was op dat moment nog geen sprake. De behandelaren zeggen dat het lastig is om in te kunnen schatten in hoeverre een hernieuwde opname van betrokkene voorzienbaar is. Mocht betrokkene weer decompenseren, dan is dat een geleidelijk proces.
4.3.
De advocaat voert aan dat betrokkene momenteel goed is in de samenwerking.
Betrokkene wil graag verlost raken van de stemmen in zijn hoofd en blijft daarover in gesprek. Tegen de medicatie en de bezoeken van het FACT-team verzet betrokkene zich niet. Daarom verzoekt de advocaat om het verzoek af te wijzen. Subsidiair verzoekt de advocaat om de zorgmachtiging te beperken tot de verplichte vormen van zorg medicatie en de ambulante contacten met het FACT-team. De overige vormen van verplichte zorg acht de advocaat niet voorzienbaar en behoren daarom naar haar mening te worden afgewezen, temeer omdat bij betrokkene een decompensatie een geleidelijk proces is.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Uit de stukken, zoals de medische verklaring, en de zitting blijkt namelijk dat bij betrokkene sprake is van paranoïde schizofrenie en een middelengerelateerde stoornis.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
Bij decompensatie isoleert betrokkene zichzelf. Hij mijdt de zorgverlening en neemt zijn medicatie niet in, waardoor hij toenemend psychotisch raakt. Hij blijft op zijn kamer en verwaarloost zichzelf, waardoor hij zijn woonplek kan verliezen.
5.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.5.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. De rechtbank overweegt hierbij dat betrokkene zijn medicatie weliswaar accepteert, maar dat deze hem wordt aangeboden door het ART-team en onder begeleiding wordt ingenomen. Betrokkene ziet zelf de noodzaak van medicatie niet in. Daarom is op dit moment verplichte zorg nodig.
5.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende dat betrokkene contact moet blijven onderhouden met het ambulante behandelteam.
5.7.
De verplichte vormen van zorg die zien op een gesloten opname zal de rechtbank niet overnemen in de zorgmachtiging, omdat onvoldoende voorzienbaar is dat deze noodzakelijk zijn om het ernstig nadeel te kunnen afwenden. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat betrokkene onder een zorgmachtiging goed is in de samenwerking en de aangeboden medicatie dan accepteert, waardoor de kans dat betrokkene opnieuw zal decompenseren gering is. Dit geldt eens temeer daar het proces van decompensatie bij betrokkene zich geleidelijk aan voordoet, waardoor zo nodig tijdig kan worden ingegrepen.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1951 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 april 2027;
6.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2026 door mr. [persoon 2] , rechter, in aanwezigheid van Van Dongen, griffier, en op schrift gesteld op 13 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.