Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verdere verloop van de procedure
- de in deze zaak gegeven beschikking zorgmachtiging van 12 maart 2026 en alle daarin genoemde stukken;
- de op 21 april 2026 van de officier van justitie ontvangen stukken, een zorgkaart van 1 april 2026, een medische verklaring van 17 april 2026, de bevindingen van de geneesheer directeur van 20 april 2026 en een zorgplan van 20 april 2026.
- mevrouw [persoon 1] , verpleegkundig specialist;
- mevrouw [persoon 2] , de moeder van betrokkene.