ECLI:NL:RBZWB:2026:4792

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
30 april 2026
Publicatiedatum
31 mei 2026
Zaaknummer
C/02/445395 / FA RK 26-988
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging voor betrokkene met psychotische stoornis en somatische diagnostiek

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 30 april 2026 een nadere beschikking gegeven in een rekestprocedure betreffende een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 2010 in Guinee. De eerdere machtiging was toegekend tot 12 mei 2026 en de rechtbank beoordeelde de situatie opnieuw vanwege de noodzaak van nader onderzoek naar de oorzaak van de problematiek en de effecten van medicatie.

Betrokkene vertoont nog steeds agressief gedrag en desorganisatie, met hallucinaties en vermoedelijke ontwikkelingsproblematiek. Een second opinion in een somatisch ziekenhuis is gepland om somatische klachten uit te sluiten. Betrokkene weigert vrijwillige opname en behandeling, waardoor verplichte zorg noodzakelijk is.

De rechtbank acht de psychische stoornis ernstig en het nadeel dat dit veroorzaakt, waaronder agressie, zelfzorgtekort en maatschappelijke teloorgang, significant. De machtiging wordt daarom verlengd voor vier maanden met verplichte zorgvormen zoals medicatie, medische controles, bewegingsvrijheidsbeperking en beperkingen in het gebruik van communicatiemiddelen.

De rechtbank houdt rekening met de wens van betrokkene en haar moeder om terug te keren naar Afrika zodra de situatie stabieler is en stelt dat dan contact kan worden gelegd met ziekenhuizen aldaar voor overdracht van zorg. De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk vastgelegd op 13 mei 2026.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de zorgmachtiging voor betrokkene met vier maanden vanwege noodzaak tot verdere diagnostiek en verplichte zorg.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445395 / FA RK 26-988
Datum uitspraak: 30 april 2026
Nadere beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] , Guinee,
hierna te noemen betrokkene,
wonend te [plaats 1] ,
maar momenteel verblijvende in een [accommodatie] te [plaats 2] ,
advocaat mr. P. Doorakkers uit Oosterhout.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • de in deze zaak gegeven beschikking zorgmachtiging van 12 maart 2026 en alle daarin genoemde stukken;
  • de op 21 april 2026 van de officier van justitie ontvangen stukken, een zorgkaart van 1 april 2026, een medische verklaring van 17 april 2026, de bevindingen van de geneesheer directeur van 20 april 2026 en een zorgplan van 20 april 2026.
1.2.
De voortzetting van de behandeling ter zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 april 2026. Toen zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , verpleegkundig specialist;
  • mevrouw [persoon 2] , de moeder van betrokkene.
Betrokkene en haar moeder werden bijgestaan door een tolk in de Franse taal.

2.Wat vaststaat

2.1.
Bij voormelde beschikking heeft de rechtbank een machtiging verleend tot en met 12 mei 2026. De beslissing op het verzoek is voor het overige aangehouden. De rechtbank achtte het noodzakelijk om de stand van zaken en of er inmiddels meer helderheid is over de oorzaak van de problematiek van betrokkene, de effecten van de medicatie en de hulpverlening in het ambulante kader, na twee maanden opnieuw te beoordelen.

3.De (nadere) standpunten

3.1.
Betrokkene geeft aan dat zij niet langer opgenomen wil zijn en dat zij met haar moeder wil terugkeren naar [plaats 3] .
3.2.
De behandelaar brengt naar voren dat in de afgelopen periode voor een second opinion contact is opgenomen met het [ziekenhuis] te [plaats 4] en dat er daar bereidheid is om een onderzoek uit te voeren of somatische klachten het beeld van betrokkene kunnen verklaren. Voor dit onderzoek zal betrokkene zo’n vier tot zes weken in het [ziekenhuis] moeten gaan verblijven.
Nog steeds laat betrokkene vanuit desorganisatie agressie zien. Zo heeft zij onlangs met kopjes personen op het hoofd geslagen. Zij heeft de kamers van andere cliënten natgemaakt, waarmee zij bij die personen agressie opwekt. Ook moet betrokkene nog flink gestimuleerd worden bij de zelfzorg. Al met al is er bij betrokkene weinig verbetering zichtbaar.
Bij het [ziekenhuis] zal vanmiddag de intake plaatsvinden. Om de second opinion te kunnen laten plaatsvinden acht de behandelaar een verdere zorgmachtiging noodzakelijk, omdat betrokkene niet langer opgenomen wil zijn. Bovendien zijn met betrokkene lastig afspraken te maken over bepaalde vrijheden. Zo is betrokkene deze week weggelopen, waarna zij bij een bushalte werd aangetroffen. De behandelaar acht dat gelet op de kwetsbaarheid van betrokkene erg zorgelijk. Positief is dat er een vermindering van de hallucinaties zichtbaar is. Mogelijk is bij betrokkene ook sprake van ontwikkelings-problematiek. Daarnaast zullen eventueel aanwezige somatische klachten bij betrokkene nog uitgesloten moeten gaan worden.
De behandelaar geeft aan dat zij (behoudens “het toedienen van vocht en voeding”) alle verzochte vormen van verplichte zorg noodzakelijk acht. De behandelaar merkt daarbij op dat “het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen” er in dit geval op ziet dat betrokkene kan worden beperkt in het gebruik van haar telefoon, omdat zij nog weleens onnodig naar 112 belt.
3.3.
De moeder geeft aan dat zij een verdere opname van betrokkene voor de duur van vier maanden te lang vindt en zij met haar dochter eerder naar [plaats 3] wil terugkeren. Naar haar mening is er in [plaats 3] meer rust, beschikt zij daar over een netwerk die haar kunnen ondersteunen en zijn daar ook ziekenhuizen die betrokkene kunnen helpen. De moeder heeft er vertrouwen in dat de reis naar [plaats 3] met betrokkene goed zal gaan.
3.4.
De advocaat voert aan dat op de vorige zitting uitgebreid is gesproken over de doelmatigheid van het verblijf van betrokkene bij GGZ. Op dat moment lag er nog geen duidelijke diagnose en had de opname van betrokkene nog weinig opgeleverd. Hij begrijpt
dat de situatie van betrokkene zich intussen licht heeft verbeterd, maar dat het vraagstuk betreffende de diagnostiek nog steeds open staat. Dat moet nader worden uitgezocht. Naar de mening van de advocaat is daarmee de vraag over de doelmatigheid van de opname van betrokkene beantwoord en ligt het verzoek voor toewijzing gereed. Formeel verzoekt de
advocaat om het verzoek af te wijzen, omdat betrokkene blijft aangegeven dat zij niet opgenomen wil zijn. De advocaat hoort daarbij de moeder en betrokkene nu aangeven dat zij beiden willen gaan terugkeren naar [plaats 3] .

4.De nadere beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van vier maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel, gezien de overgelegde stukken, in het bijzonder de actuele medische verklaring, en wat er tijdens de zitting is besproken, dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Er is sprake van een psychotische stoornis met auditieve en visuele hallucinaties. Er bestaat bovendien een vermoeden van onderliggend autisme, een ontwikkelingsstoornis of een organisch psychosyndroom. Dit laatste zal middels een second opinion in het [ziekenhuis] nader worden onderzocht.
4.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Meer specifiek neemt de rechtbank hierbij met name in aanmerking dat betrokkene in de thuissituatie agressief gedrag liet zien richting haar broertjes en zusjes. Actueel is dat betrokkene naar andere cliënten en naar goederen toe agressief gedrag blijft laten zien.
Ook komt betrokkene op de kamers van mede-cliënten, waarbij ze die kamers natmaakt en zij daarmee agressie van die personen oproept. Ook zijn er zorgen over de basale zelfzorg van betrokkene als er geen sturing van buitenaf meer zal zijn. Een grote zorg is bovendien dat betrokkene gaat vastlopen in haar (sociaal-emotionele) ontwikkeling, omdat zij tot niets weet te komen, zoals een goede schoolgang.
4.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
4.5.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis, omdat betrokkene blijft aangegeven niet langer opgenomen te willen zijn en zij ook niet wil meewerken aan gepaste behandeling. Daarom is verplichte zorg nodig.
4.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
De vorm van verplichte zorg “het toedienen van vocht en voeding” zal de rechtbank niet overnemen in de zorgmachtiging, omdat betrokkene dit niet nodig heeft.
4.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving. De rechtbank overweegt hierbij dat ter zitting door de behandelaar is toegezegd dat wanneer betrokkene weer een meer stabiel beeld zal laten zien en zij en de moeder dan nog steeds de wens hebben om terug te keren naar [plaats 3] , er dan mogelijkheden zijn om contact te leggen met ziekenhuizen in [plaats 3] om de zorg te kunnen overdragen.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] , Guinee, wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 4.6. staan kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 12 september 2026.
5.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2026 door mr. Meyboom, kinderrechter, in aanwezigheid van Van Dongen, griffier, en op schrift gesteld op 13 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.