ECLI:NL:RBZWB:2026:4810

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
1 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
C/02/447601 / FA RK 26-2186
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel wegens ontbreken ernstig nadeel

Betrokkene verblijft op grond van een crisismaatregel in een zorgaccommodatie na een besluit van de burgemeester. De officier van justitie verzoekt de rechtbank om verlenging van deze maatregel voor drie weken. Tijdens de zitting geeft betrokkene aan zich beter te voelen en wil zij graag naar huis met ambulante begeleiding. De behandelaar bevestigt dat er geen psychotische symptomen meer zijn en dat er geen sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

De rechtbank overweegt dat hoewel er eerder sprake was van een psychotisch toestandsbeeld, vermoedelijk in het kader van schizofrenie, op dit moment geen vermoeden van een psychische stoornis bestaat. Er is ziekte-inzicht en geen verzet tegen behandeling. De rechtbank concludeert dat voortzetting van de gedwongen opname niet proportioneel is.

Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af. De beschikking is mondeling gegeven op 1 mei 2026 en schriftelijk op 15 mei 2026 vastgesteld. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens ontbreken van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/447601 / FA RK 26-2186
Datum uitspraak: 1 mei 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvende in [accommodatie] te [plaats 2] ,
advocaat mr. M.M.M. Heesmans uit Roosendaal.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 28 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Heesmans;
  • de heer [persoon 1] , psychiater i.o.;
  • mevrouw dr. [persoon 2] , behandelaar;
  • [persoon 3] , begeleidster van de afdeling.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie] te [plaats 2] . De burgemeester van Bergen op Zoom heeft de crisismaatregel op 26 april 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat het nu weer goed met haar gaat en dat zij graag naar huis wil om haar leven weer op te pakken. Zij erkent dat het op zondag en maandag minder goed ging maar geeft aan dat alles sinds afgelopen dinsdag weer stabiel verloopt. Betrokkene vindt de opname inmiddels belastend vanwege de vele prikkels en geluiden op de afdeling. Zij wil graag naar huis om verder te kunnen herstellen en stemt in met ambulante begeleiding.
4.2.
De advocaat sluit zich aan bij het standpunt van betrokkene en de behandelaar. Namens betrokkene wordt verzocht het verzoek af te wijzen nu zij graag naar huis wil en er geen sprake meer is van ernstig nadeel dat een voortzetting van de opname noodzakelijk maakt.
4.3.
De behandelaar geeft tijdens de zitting aan dat betrokkene eerst vrijwillig was opgenomen en dat een eerdere escalatie op de afdeling voortkwam uit een misverstand rondom haar telefoon zonder dat er sprake was van een duidelijk psychiatrisch toestandsbeeld. Hoewel er eerder sprake was van stress en ontregeling bij betrokkene worden er nu geen psychotische symptomen meer gezien. Volgens de behandelaar is er geen sprake meer van ernstig nadeel dat een voortzetting van de opname rechtvaardigt. Betrokkene wordt wel als kwetsbaar beschouwd en ambulante ondersteuning in de thuissituatie is wel nodig voor haar. De behandelaar vindt een terugkeer naar huis op dit moment verantwoord zodat het verzoek kan worden afgewezen.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.3.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene vertoonde vermoedelijk een psychotisch toestandsbeeld, vermoedelijk in het kader van schizofrenie.
5.4.
Uit hetgeen betrokkene en de behandelaar hebben verklaard tijdens de zitting is de rechtbank gebleken dat bij er bij betrokkene op dit moment geen sprake is van een vermoeden van een psychische stoornis. Daarbij is er sprake van enig ziekte-inzicht en ziektebesef en is er geen sprake zijn van verzet tegen een voortzetting van een behandeling. Ook is er op dit moment geen sprake meer van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Een gedwongen maatregel zou niet proportioneel zijn. De behandelaar heeft ook aangegeven dat zij voldoende vertrouwen heeft dat de vrijwilligheid van betrokkene ten aanzien van een vrijwillige ambulante behandeling voldoende duurzaam en bestendig is. Nu niet wordt voldaan aan de wettelijke criteria zal de rechtbank het verzoek om voortzetting van de crisismaatregel dan ook afwijzen.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van Van Dijke, griffier en op schrift gesteld op 15 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.