ECLI:NL:RBZWB:2026:4813

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
1 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
C/02/447034 / FA RK 26-1865
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van den Beld
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 lid 2 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte medische controles

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 1 mei 2026 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 2004, voor de duur van twaalf maanden. De machtiging omvat het toedienen van medicatie, het verrichten van medische controles en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid van betrokkene. Dit ondanks het verweer van betrokkene en zijn advocaat die pleitten voor een kortere duur van zes maanden.

Betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, alsmede neurobiologische ontwikkelingsstoornissen. De rechtbank constateert ernstig nadeel door deze stoornissen, waaronder materiële schade, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de veiligheid. Betrokkene heeft geen ziekte-inzicht en stopt medicatie zonder verplichte zorg, wat leidt tot decompensatie.

De casemanagers en herstelcoach bevestigen dat betrokkene stabiel is maar kwetsbaar blijft. De zorgmachtiging wordt gezien als noodzakelijk om de huidige situatie te behouden en terugval te voorkomen. De rechtbank wijst ambtshalve ook het verrichten van medische controles toe, omdat dit essentieel is voor monitoring, bijvoorbeeld via bloedonderzoek.

De rechtbank oordeelt dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat de toegewezen zorgvormen evenredig en effectief zijn. De machtiging geldt tot en met 1 mei 2027 en kan worden toegepast om betrokkene te beschermen en zijn deelname aan het maatschappelijk leven te bevorderen.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte medicatie, medische controles en vrijheidsbeperkingen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/447034 / FA RK 26-1865
Datum uitspraak: 1 mei 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 2004 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. J. van Rooijen uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 13 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de heer [persoon 1] , casemanager;
  • mevrouw [persoon 2] , herstelcoach RIBW;
  • mevrouw [persoon 3] , casemanager FACT-team.
1.3.
De officier van justitie is zoals zij reeds aangaf in het verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 5 juni 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene zegt dat het goed met hem gaat. Hij woont begeleid en heeft fijn werk als hovenier; daar haalt hij veel voldoening uit. Hij hoopt op den duur op zichzelf te gaan wonen. Betrokkene zegt nu eens per maand een depot te krijgen.
4.2.
De casemanager van het FACT-team zegt dat het al een jaar goed gaat met betrokkene. De laatste opname is een jaar geleden geweest. Betrokkene accepteert zijn medicatie, maar hij is hierin met momenten ambivalent. Betrokkene werkt nu en heeft goed contact met de begeleiding. Over de vorm en dosering van de medicatie is betrokkene met de zorg in gesprek. De casemanager van het FACT-team zegt de aanvraag voor de verlenging van de zorgmachtiging te hebben gedaan om de huidige situatie te behouden. Dit zou een stok achter de deur kunnen zijn. De casemanager van het FACT-team vindt dat het heel goed gaat en wil dat graag zo houden.
4.3.
De casemanager bevestigt dat de zorgen voor betrokkene zitten in wat er gebeurt als het weer mis zou gaan en dat willen ze graag voorkomen. Het ziekte-inzicht van betrokkene speelt daarbij een grote rol.
4.4.
De herstelcoach zegt dat betrokkene nu iets langer dan een jaar bij het RIBW verblijft. Betrokkene heeft hiervoor heftige psychoses gehad. Het gaat inmiddels erg goed met betrokkene; hij houdt goed contact met de begeleiding van het RIBW en is een stuk opener; hij lacht veel meer en is vaker in voor een praatje. Helemaal zelfstandig wonen is nog te vroeg. De herstelcoach geeft aan dat er overleg is over de frequentie van de medicatie. Ze zijn in afwachting van de uitslag van bloedonderzoek en kunnen daarna het beste beoordelen wat verstandig is.
4.5.
De advocaat zegt dat hij dat het heel fijn vindt dat het goed gaat met betrokkene. Betrokkene is goed in contact en neemt zijn medicatie in. Hij heeft werk, contact met zijn familie en er is onder de huidige zorgmachtiging geen terugval meer geweest. Er is een stijgende lijn, maar hij is er nog niet. Betrokkene vindt het fijn om de zorgmachtiging te hebben als stok achter de deur. Betrokkene wil zelf graag aan de slag gaan met een plan van aanpak en vindt juist dan een zorgmachtiging fijn om te hebben. De advocaat pleit wel voor het verkorten van de duur van de zorgmachtiging tot zes maanden. De advocaat vindt het belangrijk dat wordt gemonitord wat eventuele nieuwe medicatie gaat doen en vindt zes maanden dan meer dan voldoende. Twaalf maanden zou geen recht doen aan de situatie van betrokkene zoals deze nu is.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum-en andere psychotischer stoornissen, neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen).
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige materiële schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene in psychotische toestand dreigend is richting personeel en medebewoners van de woongroep. Hierbij heeft hij eerder grote schade aan zijn huisraad aangericht. Betrokkene gebruikt cannabis, wat voor een extra kwetsbaarheid zorgt, al ziet betrokkene dit zelf niet zo.
Betrokkene zegt stemmen op de achtergrond te horen, maar geen paranoïde gedachten of visuele hallucinaties.
Als betrokkene opnieuw decompenseert is de kans groot dat hij datgene wat hij nu heeft bereikt, weer kwijt raakt, met maatschappelijke teloorgang tot gevolg.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de stukken blijkt dat betrokkene geen ziektebesef of ziekte-inzicht heeft. De verwachting is dat betrokkene stopt met zijn medicatie als er geen zorgmachtiging meer is. Hij geeft aan medicatie in te nemen omdat het verplicht is. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene wel op vrijwillige basis denkt mee te kunnen werken, maar de zorgmachtiging graag als steun in de rug zou willen. Alles afwegende oordeelt de rechtbank dat verplichte zorg nodig is. Betrokkene is bekend met het staken van medicatie in stabiele periodes, met decompensatie tot gevolg. De bereikte stabiliteit dient behouden te worden.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
  • het toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
5.7.1.
Gelet op hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht is de rechtbank van oordeel dat, in afwijking van het verzoek van de officier van justitie, ook de zorgvorm ‘het verrichten van medische controles’ noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden. Daarbij overweegt de rechtbank dat de inzet van deze zorgvorm noodzakelijk is om ervoor te zorgen dat de situatie van betrokkene goed kan worden gemonitord bijvoorbeeld door bloed te kunnen prikken. De rechtbank zal deze aanvullende vorm van verplichte zorg met toepassing van artikel 6:4 lid 2 Wvggz Pro toewijzen
5.8.
Ten aanzien van de duur van de zorgmachtiging oordeelt de rechtbank deze, gelet op het verweer van de advocaat, niet te beperken. In dat kader hebben de casemanagers aangegeven dat ze de mogelijkheden voor andere medicatie of een andere frequentie van de medicatie gaan onderzoeken. Het is dan belangrijk om de situatie goed te kunnen monitoren, omdat de weigeringskans kan toenemen. Een half jaar, zeker met een driemaandelijks depot, is dan te kort om de effecten van medicatie te kunnen vaststellen. Gelet op de eventuele toenemende weigeringskans is het ook juist dan van belang tijdig in te kunnen grijpen wanneer dat nodig is.
5.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.10.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 2004 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;
  • het toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 1 mei 2027;
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2026 door mr. Van den Beld, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 12 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.