ECLI:NL:RBZWB:2026:4817

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
1 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
C/02/446929 / JE RK 26-614
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Maandag
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 lid 1 BWArt. 1:260 BWArt. 1:247 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2014, vanwege zorgen over haar ontwikkeling en thuissituatie. De zitting vond plaats op 1 mei 2026, waarbij de moeder aanwezig was en de vader afwezig, maar achter het verzoek stond.

De kinderrechter nam kennis van het verzoek en de bijbehorende stukken, en voerde een gesprek met de minderjarige. De moeder gaf aan dat het schoolverzuim was afgenomen, maar dat de minderjarige nog moeite heeft met huiswerk. Er zijn zorgen over hygiëne en een wietlucht in huis, veroorzaakt door de nieuwe vriend van de moeder. De hulpverlening is recent gestart, maar de doelen van de ondertoezichtstelling zijn nog niet bereikt.

De kinderrechter oordeelde dat de ontwikkeling van de minderjarige nog steeds ernstig wordt bedreigd en dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende resultaat heeft opgeleverd. Daarom is verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de ouders zijn akkoord met de verlenging van een jaar, van 15 mei 2026 tot 15 mei 2027.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt met één jaar verlengd wegens aanhoudende ontwikkelingsbedreiging.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446929 / JE RK 26-614
Datum uitspraak: 1 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
JEUGDBESCHERMING BRABANT, LOCATIE ETTEN-LEUR, gevestigd te Etten-Leur,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2014 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
en
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 7 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat hij op de juiste wijze is opgeroepen. De vader heeft via de GI laten weten dat niet bij de zitting aanwezig kan zijn. Vlak voor de zitting ontving hij de oproep en hij kon op zo’n korte termijn niet meer met zijn werk regelen dat hij vrij kon zijn.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont hoofdzakelijk bij haar moeder.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
Ter onderbouwing van het verzoek heeft de GI, samengevat, aangevoerd dat er nog onvoldoende zicht is op de thuissituatie en de opvoedmogelijkheden van de ouders en de mate waarin zij [minderjarige] de benodigde structuur en veiligheid kunnen bieden. Er zijn diverse signalen vanuit school gekomen dat er sprake was van veelvuldig schoolverzuim en dat [minderjarige] moeite heeft om het huiswerk op orde te hebben. Ook draagt [minderjarige] niet altijd de bril die zij wel nodig heeft. Daarnaast zijn er zorgen omtrent hygiëne bij de moeder thuis. Het is er rommelig en niet altijd op orde en er is een wietlucht geroken in huis. De hulpverlening is pas recent opgestart en de doelen van de ondertoezichtstelling zijn nog niet behaald.
4.2.
PMT voor [minderjarige] is gestart en de opvoedondersteuning bij [hulpverlening] zit in de opstartfase. De verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar is nog noodzakelijk vanwege de ontwikkelingszorgen en de omstandigheid dat de hulpverlening pas net is opgestart.
4.3.
Door de moeder is bij de mondelinge behandeling aangevoerd dat er geen sprake meer is van schoolverzuim maar dat [minderjarige] nog wel moeite heeft met het huiswerk. Zij en de vader zitten hier bovenop, maar het blijft moeizaam gaan. Op de vraag van de kinderrechter met betrekking tot de zorgen over de verantwoordelijkheden, merkt de moeder op dat [minderjarige] tussen kind en vrouw inzit, maar dat zij thuis nog wel degelijk kind kan zijn. Het contact met de vader loopt prettig en zorgeloos en de overdracht vindt plaats bij de moeder thuis. Over de wietlucht die geroken is bij haar thuis verklaart de moeder dat haar nieuwe vriend wel eens blowt. Dit is volgens haar echter altijd buiten en nooit in bijzijn van de kinderen. Het spontane huisbezoek van de GI was erg onverwachts en er was meer troep in huis dan normaal. Zij erkent dat er wel regelmatig chaos is in huis en zij is blij met de hulp die ze krijgt om het huis opgeruimd te houden. De moeder staat ook achter de hulpverlening voor [minderjarige] en voor haarzelf. De moeder is akkoord met een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar.
4.4.
De GI heeft de vader gesproken toen hij vertelde niet aanwezig te kunnen zijn bij de mondelinge behandeling. Hij heeft daarbij aangegeven achter het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling met een jaar te staan.

5.De beoordeling

5.1.
Op grond van artikel 1:260 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW Pro is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
5.2.
Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW Pro kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;
b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW Pro, in staat zijn te dragen.
5.3.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.4.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Er is nog altijd onvoldoende zicht op de thuissituatie en de opvoedmogelijkheden van de ouders. De school van [minderjarige] maakt zich nog zorgen over haar verzuim op school en haar huiswerkgedrag. Er is recent PMT voor [minderjarige] gestart. Daarnaast is er opvoedondersteuning opgestart bij [hulpverlening] . Er zijn zorgen over de hygiëne bij de moeder thuis. De moeder krijgt hulp vanuit de gemeente om haar te helpen met het ordenen en schoonmaken én -houden van de woning en zij is blij dat er via de GI de juiste hulpinstanties kunnen worden ingeschakeld. De hulpverlening is echter nog maar net begonnen en de doelen van de ondertoezichtstelling zijn nog niet behaald.
5.5.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Dit eerder is geprobeerd en heeft niet tot het gewenste resultaat geleid. De moeder heeft een stok achter de deur nodig om afspraken blijvend na te komen. De moeder heeft aangegeven dat zij niet wil niet dat de ondertoezichtstelling eraf gaat, maar de kinderrechter wijst erop dat het doel van de ondertoezichtstelling is dat de ouders uiteindelijk in staat zijn om zelf de verantwoordelijkheid voor de opvoeding van [minderjarige] te dragen.
5.6.
De kinderrechter acht een ondertoezichtstelling nog steeds nodig. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de duur van een jaar.
5.7.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 15 mei 2026 tot 15 mei 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2026 door mr. Maandag, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Joosen als griffier, en op schrift gesteld op 13 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.