ECLI:NL:RBZWB:2026:4818

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
1 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
C/02/446882 / JE RK 26-607
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Maandag
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 lid 1 BWArt. 1:247 lid 2 BWArt. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant verzoekt om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige die afwisselend bij zijn ouders woont. Er zijn zorgen over zijn concentratieproblemen, tics en overprikkeling, waarvoor recent speltherapie en breed diagnostisch onderzoek zijn gestart. Ook is er onvoldoende zicht op de opvoedsituatie, mede door wisselende woonadressen van de vader en hygiëneproblemen bij de moeder.

De ouders werken mee aan de hulpverlening en staan achter de verlenging. De moeder ontvangt hulp bij het ordenen van haar woning en de vader heeft zijn mening bijgesteld en waardeert de inzet van de gecertificeerde instelling. De kinderrechter complimenteert de ouders voor hun inzet en goede communicatie.

De kinderrechter oordeelt dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd en dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende resultaat heeft opgeleverd. De ondertoezichtstelling wordt daarom verlengd voor de duur van een jaar, met ingang van 15 mei 2026 tot 15 mei 2027, en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarige met een jaar wegens ernstige bedreiging van zijn ontwikkeling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446882 / JE RK 26-607
Datum uitspraak: 1 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
JEUGDBESCHERMING BRABANT, gevestigd te 's-Hertogenbosch,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2018 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
en
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 7 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont afwisselend bij de moeder en de vader.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI heeft ter onderbouwing van het verzoek aangevoerd dat er nog altijd zorgen zijn over de opvoedsituatie bij de ouders en dat er nog hulpverlening nodig is voor [minderjarige] . Er is breed diagnostisch onderzoek aangevraagd nadat er door school zorgen zijn geuit. [minderjarige] kan zich slecht concentreren en heeft moeite met schakelmomenten. [minderjarige] heeft tics die bij spanning of drukte meer naar boven komen. Zijn gedrag duidt op overprikkeling en een beperkte belastbaarheid. Hij heeft intensieve begeleiding nodig om tot leren te komen en om de dag goed door te komen. Er is voor [minderjarige] bij psychologenpraktijk [psychologenpraktijk] pas recent speltherapie opgestart. Daarnaast is er een aanvraag gedaan voor breed diagnostisch onderzoek. Ook is er nog onvoldoende zicht op de opvoedsituatie bij de moeder en de vader. Er zijn nog altijd zorgen over de hygiëne bij de moeder thuis. De wisselende adressen bij de vader, die geen eigen woning heeft en soms bij zijn ouders of zijn partner woont, geven ook zorgen. Er is opvoedondersteuning door [hulpverlening] ingezet maar deze bevindt zich nog in de opstartfase.
4.2.
De GI geeft aan dat de ouders complimenten verdienen vanwege hun inzet voor verbetering. In het eerdere verslag stond nog dat er geen contact met de vader mogelijk was, maar de vader heeft een nieuwe telefoon en is inmiddels goed in contact. De ouders hebben onderling goed contact en werken mee aan de inzet van hulpverlening bij psychologenpraktijk [psychologenpraktijk] . Ze zien het belang in van de hulpverlening. De verlenging is nog wel nodig aangezien er moet worden gewerkt aan de doelen van de ondertoezichtstelling die nog niet zijn behaald. De hygiëne bij de moeder is nog een probleem, maar hierover is inmiddels contact met de gemeente.
4.3.
Door de moeder is, samengevat, aangevoerd dat zij achter een verlenging van de ondertoezichtstelling met de duur van een jaar staat. Zij is blij met de ingezette hulpverlening en heeft gemerkt dat door tussenkomst van de GI zaken snel geregeld kunnen worden. De moeder merkt op dat [hulpverlening] al is langsgekomen en dat de WMO is aangevraagd. Zij krijgt hulp bij het ordenen en opruimen van haar woning. De moeder wil niet dat de ondertoezichtstelling eraf gaat.
4.4.
De vader heeft bij de mondelinge behandeling aangevoerd dat hij zijn mening heeft bijgesteld. Aanvankelijk had hij moeite met het idee van een ondertoezichtstelling maar hij heeft gemerkt dat [minderjarige] de hulpverlening nodig heeft. De vader vond het gedwongen kader vervelend, maar merkt dat hij de inzet van de GI nu als positief ervaart aangezien er op deze manier ook meer vaart wordt gezet achter de hulp van de gemeente en andere instanties. De vader staat dan ook achter een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar.

5.De beoordeling

5.1.
Op grond van artikel 1:260 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW Pro is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
5.2.
Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW Pro kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;
b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW Pro, in staat zijn te dragen.
5.3.
Ook de kinderrechter complimenteert de ouders voor hun houding en inzet. Het is positief dat zij beiden meewerken aan de hulpverlening voor [minderjarige] en zichzelf en dat zij onderling goed communiceren.
5.4.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. De school heeft aangestuurd op een breed diagnostisch onderzoek omdat [minderjarige] moeite heeft met concentratie en schakelmomenten op school. [minderjarige] vertoont tics die verergeren bij spanningen. Er lijkt sprake te zijn van overprikkeling en een beperkte belastbaarheid. [minderjarige] heeft een kort lontje. Hij heeft op school intensieve begeleiding nodig om zich te kunnen concentreren en ook thuis laat hij wisselend en ontregeld gedrag zien. Daarnaast is er nog onvoldoende zicht op de opvoedsituatie. De hulpverlening is pas recent opgestart. [minderjarige] krijgt sinds kort speltherapie bij psychologenpraktijk [psychologenpraktijk] . Het breed diagnostisch onderzoek is onlangs aangevraagd. Opvoedondersteuning door [hulpverlening] is eveneens zeer recent opgestart. Ook de overige doelen van de ondertoezichtstelling zijn nog niet bereikt. Het is van belang dat [minderjarige] een voorspelbare weekindeling krijgt met daarin structuur, liefde en veiligheid van de opvoeder die hem die week verzorgt.
5.5.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Dit is eerder geprobeerd en heeft niet tot het gewenste resultaat geleid. Met name de moeder heeft een stok achter de deur nodig om afspraken blijvend na te komen. De moeder heeft aangegeven dat zij niet wil niet dat de ondertoezichtstelling eraf gaat, maar de kinderrechter wijst erop dat het doel van de ondertoezichtstelling is dat de ouders uiteindelijk in staat zijn om zelf de verantwoordelijkheid voor de opvoeding van [minderjarige] te dragen.
5.6.
De ondertoezichtstelling is gelet op het bovenstaande nog steeds nodig. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de duur van een jaar.
5.7.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 15 mei 2026 tot 15 mei 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2026 door mr. Maandag, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Joosen als griffier, en op schrift gesteld op 13 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.