ECLI:NL:RBZWB:2026:4822

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
1 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
C/02/427891 / FA RK 24-4899
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Dijkman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 RvArt. 1:204 BWArt. 1:377b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming erkenning en vaststelling informatieregeling voor minderjarige

De man verzoekt de rechtbank om vervangende toestemming voor de erkenning van zijn biologische kind, een minderjarige geboren in 2024, omdat de moeder haar toestemming weigert. De vrouw voert verweer en stelt dat erkenning haar psychisch zou belasten en dat er geen vertrouwen is vanwege het verleden. De bijzondere curator en de Raad voor de Kinderbescherming adviseren de rechtbank om de vervangende toestemming te verlenen, omdat erkenning het belang van het kind dient en de belangen van de vrouw niet schaadt.

De rechtbank stelt vast dat de man de biologische vader is en dat de bezwaren van de vrouw niet onder de uitzonderingsgronden vallen om toestemming te weigeren. De juridische erkenning wordt belangrijk geacht voor de familierechtelijke betrekking tussen vader en kind. Daarnaast wordt een informatieregeling vastgesteld waarbij de vrouw de man maandelijks informeert over belangrijke aangelegenheden van het kind, inclusief een recente foto.

De rechtbank wijst het meer of anders verzochte af en verklaart de informatieregeling uitvoerbaar bij voorraad. De taak van de bijzondere curator wordt als beëindigd beschouwd, tenzij er beroep wordt ingesteld. De beschikking is op 1 mei 2026 in Middelburg uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank verleent vervangende toestemming voor erkenning en stelt een informatieregeling vast waarbij de vrouw maandelijks informeert over belangrijke zaken rondom het kind.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummer: C/02/427891 / FA RK 24-4899
Datum uitspraak: 1 mei 2026
beschikking over vervangende toestemming erkenning en vaststelling informatieregeling
in de zaak van
[de man] ,
hierna: de man,
wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. V.N. Sakkers in Amsterdam.
Als belanghebbenden in deze zaak worden aangemerkt:
de minderjarige:
[minderjarige] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2024, hierna: [minderjarige] ,
vertegenwoordigd door mr. M.P. Kapteijn in haar hoedanigheid van bijzondere curator;
[de vrouw] ,
hierna: de vrouw,
wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. S.J. Nijssen in Goes.
Op grond van artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.

1.Het verdere procesverloop

1.1
De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:
  • de beschikking van deze rechtbank van 13 februari 2025 tot benoeming van een bijzondere curator over [minderjarige] en alle daarin vermelde stukken;
  • het verslag van de bijzondere curator van 13 maart 2025;
  • de brief van mr. Sakkers van 15 april 2025;
  • het F9-formulier van mr. Nijssen van 15 april 2025;
  • het op 26 maart 2026 ontvangen verweerschrift, met bijlagen;
  • het F9-formulier van mr. Sakkers van 29 maart 2026, met als bijlage een aanvullend verzoekschrift;
  • de door mr. Sakkers tijdens de zitting overgelegde pleitaantekeningen.
1.2
De verzoeken zijn mondeling behandeld op 3 april 2026. Bij die behandeling zijn gekomen partijen, bijgestaan door hun advocaten. Ook waren aanwezig de bijzondere curator en een vertegenwoordig(st)er van de Raad.

2.De (nadere) beoordeling

2.1
Bij voormelde beschikking heeft de rechtbank mr. Kapteijn benoemd tot bijzondere curator over [minderjarige] . De rechtbank heeft de bijzondere curator verzocht schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij een standpunt over het verzoek tot vervangende toestemming voor de erkenning van [minderjarige] in te nemen.
2.2
Aan de rechtbank liggen nog voor het verzoek van de man om aan hem vervangende toestemming te verlenen voor de erkenning van [minderjarige] en het verzoek tot vaststelling van een informatieregeling.
De standpunten
2.3
De man legt aan zijn verzoek het volgende ten grondslag. Partijen hebben in september 2022 een relatie met elkaar gekregen en in mei 2023 is de vrouw bij de man in zijn woning in [woonplaats 1] ingetrokken. Het was de wens van beide partijen dat de vrouw zwanger zou raken. Tijdens de zwangerschap heeft de vrouw de relatie beëindigd en is zij bij haar ouders in [woonplaats 2] gaan wonen. Sinds het verbreken van de relatie heeft de vrouw ieder contact met de man afgehouden. Op advies van zijn advocaat heeft de man verder ook geen contact met de vrouw gezocht. Wel is aan de vrouw verzocht om toestemming te verlenen voor de erkenning maar daar heeft de vrouw niet op gereageerd. De man was niet op de hoogte van de geboortedatum en de naam van het kind. De vrouw was uitgerekend in de maand juli 2024. De man weet niet wanneer het kind is geboren, en of hij een zoon of dochter heeft en hoe het kindje heet. De man is de verwekker van het kindje en hij wil het kind graag erkennen. De man heeft de vrouw verzocht om toestemming voor deze erkenning te verlenen maar de vrouw weigert haar toestemming te verlenen. De man vindt erkenning wel in het belang van het kind, omdat er dan een familierechtelijke betrekking tussen hen ontstaat. De erkenning zal de belangen van de vrouw bij een ongestoorde verhouding tussen haar en het kind niet schaden. De man verzoekt ook op grond van artikel 1:377b BW een informatieregeling vast te stellen. Bij aanvullend verzoekschrift d.d. 29 maart 2026 heeft de man zijn verzoek tot vaststelling van een informatieregeling aangevuld c.q. gewijzigd.
2.4
De vrouw voert verweer tegen het verzoek van de man omtrent de vervangende toestemming erkenning. De vrouw weerspreekt de gang van zaken die door de man wordt geschetst. Zo heeft hij al een dag nadat bekend werd dat de vrouw zwanger was, geprobeerd de vrouw ertoe te bewegen abortus te plegen. Sinds het vertrek van de vrouw naar haar ouders in [plaats] heeft de man geen enkel contact meer met de vrouw gezocht. Pas 6 maanden na de geboorte van [minderjarige] heeft de man contact gezocht door zijn advocaat een brief te laten sturen waarin stond dat de man [minderjarige] wil erkennen. De afgelopen 2 ½ jaar heeft de man nooit contact opgenomen of gevraagd naar [minderjarige] . De vrouw heeft er veel moeite mee dat de man nooit excuses heeft gemaakt voor zijn gedrag. Door de erkenning van [minderjarige] door de man zal de vrouw worden gedwongen tot blijvende confrontatie met de man, hetgeen een risico met zich meebrengt dat zij in een zodanige psychische toestand komt te verkeren dat zij niet in staat is om [minderjarige] een veilig opvoedklimaat te kunnen bieden. Het gedrag van de man heeft een structureel destabiliserend effect op de vrouw. De vrouw verwacht dat de man op zijn minst excuses maakt voor de rol die hij in het verleden heeft gespeeld en dat heeft hij tot op heden nog steeds niet gedaan. De vrouw begrijpt niet goed waarom de man na die jarenlange radiostilte nu ineens [minderjarige] wil erkennen. De identiteit van [minderjarige] is ook zonder een erkenning gewaarborgd. De vrouw laat foto’s van de man aan [minderjarige] zien en ze heeft een boekje gemaakt over de man zodat [minderjarige] , als zij daar oud genoeg voor is, hierin kan lezen en zich op basis hiervan een beeld kan vormen van haar vader. De vrouw is bereid om de man te informeren over belangrijke aangelegenheden ten aanzien van [minderjarige] maar de door hem, na wijziging, verzochte informatieregeling gaat veel te ver. De vrouw vindt het voldoende als zij eens per maand de man belangrijke informatie over [minderjarige] stuurt, vergezeld van een recente foto. Zij is hiertoe ook bereid.
2.5
De bijzondere curator heeft in diens verslag van 13 maart 2025 en tijdens de zitting het volgende naar voren gebracht. Niet ter discussie staat dat de man de biologische vader is van [minderjarige] . Het is daarom de vraag of een DNA-onderzoek noodzakelijk is. De bijzondere curator adviseert de vervangende toestemming voor de erkenning te verlenen. De erkenning zal de belangen van de vrouw bij een ongestoorde verhouding met [minderjarige] niet schaden, terwijl evenmin de evenwichtige sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling van [minderjarige] in het gedrang komt. De man wil de vrouw op geen enkele manier ergens toe dwingen en dat is ook terug te zien nu hij geen vaststelling van een omgangsregeling verzoekt. De man wil op vrijwillige basis zien op welke manier de vrouw ruimte ziet voor de man in het leven van [minderjarige] . Het lijkt erop dat de bezwaren van de vrouw, gevoed door ervaringen met de man uit het verleden, vooral gericht zijn op eventuele omgang of het vormen van een band tussen de man en [minderjarige] , maar niet op de erkenning zelf.
2.6
De Raad verklaart tijdens de zitting dat de Raad het eens is met het advies van de bijzondere curator. Het is voor [minderjarige] ontzettend belangrijk dat zij een beeld krijgt van wie ze afstamt. Ook de Raad adviseert aan de man vervangende toestemming voor de erkenning te verlenen. Door de erkenning zullen de belangen van de vrouw en [minderjarige] niet geschaad worden. De bezwaren van de vrouw tegen een erkenning zijn invoelbaar maar vooral ingegeven door het feit dat er, gelet op hetgeen zich heeft afgespeeld, bij de vrouw onvoldoende vertrouwen is in de man De Raad adviseert de vrouw om hulpverlening te zoeken om hetgeen is gebeurd tussen partijen te verwerken en dit een plek te kunnen geven. Daarnaast zou het goed zijn als partijen zich tot hulpverlening wenden om te werken aan herstel van hun onderlinge vertrouwen. De Raad denkt namelijk dat het goed is dat er op enig moment contact tussen de man en [minderjarige] tot stand komt maar voordat daarvan sprake kan zijn moet er eerst gewerkt worden aan het onderlinge wantrouwen dat er heerst. Tot slot adviseert de Raad een informatieregeling vast te stellen op basis waarvan de vrouw de man eens per maand informatie geeft over [minderjarige] .
De inhoudelijke beoordeling
Erkenning
Juridisch kader
2.7
In artikel 1:204, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat, voor zover hier van belang, dat de toestemming van de moeder wier kind de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, dan wel de toestemming van het kind van 12 jaren of ouder, op verzoek van de persoon die het kind wil erkennen, door de toestemming van de rechtbank kan worden vervangen, tenzij dit de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind schaadt of een evenwichtige sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling van het kind in het gedrang komt en die persoon ofwel de verwekker is van het kind ofwel de biologische vader is van het kind die niet de verwekker is en in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind.
2.8
De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat de man de verwekker is van [minderjarige] en ook de rechtbank neemt dit aan. Het bezwaar van de vrouw tegen een erkenning van [minderjarige] door de man is met name gelegen in het feit dat de vrouw, gelet op de houding van de man ten tijde van de zwangerschap van [minderjarige] en ten tijde van de geboorte, geen enkel vertrouwen heeft in de man. De rechtbank is van oordeel dat dit bezwaar van de vrouw tegen de erkenning van [minderjarige] niet valt onder één van de twee uitzonderingsgronden om van het verlenen van toestemming voor erkenning af te zien. Niet is gebleken dat door erkenning van [minderjarige] door de man de verhouding tussen [minderjarige] en de vrouw dan wel de ontwikkeling van [minderjarige] wordt geschaad. De vrouw heeft namelijk aangevoerd dat [minderjarige] weet wie haar vader is door haar foto’s van de man te laten zien. Ook heeft de vrouw een boekje voor [minderjarige] gemaakt waarin [minderjarige] kan lezen en zich een beeld van haar vader kan vormen. De rechtbank vindt het in het belang van [minderjarige] dat de juridische werkelijkheid in overeenstemming wordt gebracht met de biologische. De rechtbank is voorts van oordeel dat het belang van de man en [minderjarige] dat hun relatie rechtens wordt erkend als een familierechtelijke betrekking zwaarder dient te wegen dan het bezwaar van de vrouw tegen een erkenning. De rechtbank zal het verzoek van de man om aan hem vervangende toestemming te verlenen voor de erkenning van [minderjarige] dan ook toewijzen.
2.9
Ten overvloede merkt de rechtbank op dat tijdens de zitting is gebleken dat er tussen partijen sprake is van veel wantrouwen over en weer en dat er geen enkele communicatie tussen hen plaatsvindt. In het belang van [minderjarige] zou het goed zijn als partijen door middel van hulpverlening gaan werken aan herstel van hun onderlinge vertrouwen en communicatie. De rechtbank adviseert partijen zich met deze hulpvraag tot een hulpverleningsinstantie te wenden.
Informatieregeling
Juridisch kader
2.1
In artikel 1:377b van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) staat dat de ouder met gezag over een kind informatie moet geven aan de ouder zonder gezag over het kind over hoe het met het kind gaat. Het gaat om informatie over belangrijke zaken over de persoon en het vermogen van het kind. Ook moet de ouder die het gezag over een kind heeft de ouder die geen gezag heeft, raadplegen bij beslissingen die hij of zij over het kind neemt. Dat kan ook met de hulp van een tussenpersoon. De rechtbank kan op verzoek van een ouder over dit onderwerp een regeling vaststellen.
2.11
De man heeft aangegeven dat hij in kan stemmen met vastlegging een informatieregeling op basis waarvan de vrouw hem maandelijks op de hoogte brengt over belangrijke aangelegenheden betreffende [minderjarige] , vergezeld van een recente foto. Deze informatieregeling hoeft niet zo gespecificeerd te zijn als door de man, aanvullend, is verzocht. Tijdens de zitting heeft de vrouw verklaard dat zij bereid is zich aan een dergelijke informatieregeling te houden. De rechtbank zal een informatieregeling vaststellen die inhoudt dat de vrouw de man maandelijks op de hoogte brengt over de hieronder in het dictum opgenomen belangrijke aangelegenheden betreffende [minderjarige] , vergezeld van een foto. Het meer of anders verzochte zal worden afgewezen.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.12
De rechtbank zal de beslissing omtrent de informatieregeling uitvoerbaar bij voorraad verklaren nu zij dit in het belang van [minderjarige] acht. Dit betekent dat deze beslissing moet worden gevolgd ook als er hoger beroep wordt ingesteld.
Einde taak bijzondere curator
2.13
De rechtbank is van oordeel dat de taak van de bijzondere curator in deze procedure als beëindigd kan worden beschouwd. Mocht een van partijen echter een rechtsmiddel instellen, dan herleeft de taak van de bijzondere curator.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1
verleent, ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de vrouw, aan de man toestemming tot het erkennen van [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2024;
3.2
beschouwt de taak van de bijzondere curator als beëindigd;
3.3
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de vrouw de man iedere maand schriftelijk informeert over belangrijke gebeurtenissen rondom [minderjarige] , waarbij informatie wordt gegeven over haar (toekomstige) schoolprestaties, gezondheid, doktersbezoeken, medische behandelingen, medicijngebruik, hobby’s en activiteiten, waarbij, indien van toepassing, ook kopieën van schoolrapporten en een goed lijkende foto van [minderjarige] worden gegeven;
3.4
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Dijkman, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2026, in aanwezigheid van mr. Duerink-Bottinga, griffier.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
verzonden op:

Voetnoten

1.In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.