ECLI:NL:RBZWB:2026:4828

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
1 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
C/02/447690 / FA RK 26-2224
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel bij manisch-psychotische stoornis met ontremd gedrag

Betrokkene verblijft sinds 27 april 2026 onder een crisismaatregel in een zorgaccommodatie na een besluit van de burgemeester van Haarlemmermeer. De officier van justitie verzoekt de rechtbank om verlenging van deze maatregel voor drie weken vanwege een manisch-psychotische ontregeling bij een bekende bipolaire stoornis.

Tijdens de zitting betoogt betrokkene dat er geen sprake is van een psychische stoornis, maar van misverstanden en emotionele belasting door recente gebeurtenissen, waaronder het overlijden van haar vader. De behandelaar stelt echter dat betrokkene impulsief en ontremd gedrag vertoont met grootheidsideeën, financiële ontremming en een gebrek aan ziektebesef, wat leidt tot ernstig dreigend nadeel zoals maatschappelijke teloorgang en verwaarlozing.

De rechtbank oordeelt dat het ernstig nadeel niet kan worden afgewend zonder voortzetting van de crisismaatregel. De noodzakelijke vormen van verplichte zorg omvatten medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen, beperkingen in het eigen leven en opname in een accommodatie. Minder ingrijpende alternatieven zijn niet beschikbaar. De machtiging wordt verlengd tot en met 22 mei 2026, met het recht op cassatie.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de crisismaatregel voor drie weken vanwege ernstig dreigend nadeel door een manisch-psychotische ontregeling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/447690 / FA RK 26-2224
Datum uitspraak: 1 mei 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvende in [accommodatie] te [plaats 2] ,
advocaat mr. V.C. Andeweg uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 29 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Andeweg;
  • mevrouw [persoon 1] , psychiater, behandelaar,
  • de heer [persoon 2] , arts i.o.,
  • [persoon 3] , arts i.o.,
  • [persoon 4] , verpleegkundige.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie] te [plaats 2] . De burgemeester van Haarlemmermeer heeft de crisismaatregel op 27 april 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat er geen sprake is van een psychische stoornis maar van misverstanden rondom haar verblijf in Brazilië en de gebeurtenissen op [locatie] . Betrokkene vindt dat zij ten onrechte is opgenomen en dat haar ervaringen waaronder een beroving en problemen met haar ex-partner verklaarbaar en bewijsbaar zijn. Betrokkene wil graag naar huis om samen met haar moeder te rouwen om het recente overlijden van haar vader. Zij vindt de opname onterecht en belastend.
4.2.
De advocaat verzoekt tijdens de zitting namens betrokkene primair om afwijzing van het verzoek. Subsidiair verzoekt de advocaat de vormen van verplichte zorg zoveel mogelijk te beperken. Volgens de advocaat herkent betrokkene zichzelf niet in het gestelde manisch psychotische toestandsbeeld en geeft voor haar gedrag logische verklaringen. Volgens de advocaat is er eerder sprake van verdriet en emotionele belasting na het overlijden van haar vader dan van een psychiatrische ontregeling.
4.3.
De behandelaar stelt dat er bij betrokkene sprake is van een manisch psychotisch toestandsbeeld gekenmerkt door impulsief gedrag, grootse plannen, financieel ontremde beslissingen en een gebrek aan ziektebesef. Daarbij wijst de behandelaar op zorgwekkend gedrag in Brazilië, lichamelijke verwaarlozing door ernstige voetwonden en uitlatingen over het willen helpen en redden van anderen. Ook vanuit de familie van betrokkene bestaan er zorgen omdat betrokkene volgens hen sterk veranderd gedrag vertoont. De behandelaar vindt het noodzakelijk dat de crisismaatregel kan worden voortgezet.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstige psychische schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
5.3.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene in haar huidige manische toestand ontremd en ontregeld gedrag vertoont. Dit gedrag wordt gekenmerkt door agitatie, grootheidsideeën en een eisende, verbaal dreigende houding richting hulpverlening en autoriteiten. Daarnaast ontbreekt het betrokkene aan realiteitsbesef en overzicht waardoor zij impulsieve plannen maakt om te blijven reizen en zich aan zorg te onttrekken. Het gedrag van betrokkene leidt tot maatschappelijke teloorgang, zelfverwaarlozing en mogelijk een zwervend bestaan. Ook is betrokkene onvoldoende in staat haar financiële belangen te behartigen en ontstaan er zorgen over haar veiligheid en lichamelijke conditie.
5.4.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Bij betrokkene is namelijk sprake van een manisch-psychotische ontregeling bij een bekende bipolaire stoornis.
5.5.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
5.6.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
5.7.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
5.8.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg.
5.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.6. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
22 mei 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van Van Dijke, griffier en op schrift gesteld op 15 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.