ECLI:NL:RBZWB:2026:4836
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens intrekking Wajong-aanvraag zonder wilsgebrek
Eiser heeft op 11 januari 2018 een aanvraag voor een Wajong-uitkering ingediend, maar deze aanvraag op 1 februari 2018 ingetrokken. Het UWV bevestigde deze intrekking en nam geen inhoudelijke beslissing meer op de aanvraag. Eiser heeft later bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van een besluit op deze aanvraag en verzocht alsnog inhoudelijke behandeling.
De rechtbank oordeelt dat de intrekking rechtsgeldig is en dat er geen sprake is van een voor bezwaar vatbaar besluit. De stelling van eiser dat hij door zijn kwetsbaarheid en gebrek aan bedenktijd niet aan de intrekking gehouden kan worden, wordt niet gevolgd. Er is geen bewijs van een wilsgebrek en eiser heeft de intrekking schriftelijk bevestigd.
Het beroep tegen het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar wordt daarom ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter I.M. Josten op 2 juni 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar wordt ongegrond verklaard omdat de intrekking van de Wajong-aanvraag rechtsgeldig was.