Uitspraak
[belanghebbende 1],
2.
[belanghebbende 2],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 21 mei 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een civiele zaak betreffende een verzoek tot ontslag of schorsing van een executeur. De nalatenschap betrof een overleden erflaatster, waarbij meerdere erfgenamen waren benoemd, waaronder de executeur.
De verzoekende partij stelde dat de executeur tekort was geschoten in zijn taak, onder meer door het vernietigen van administratie en het weigeren van inzage, en dat er sprake was van verduistering van gelden. Zij verzocht om ontslag of schorsing van de executeur en benoeming van een nieuwe executeur.
De executeur verweerde zich door te stellen dat zijn taak als executeur reeds was geëindigd, dat hij rekening en verantwoording had afgelegd, en dat de nalatenschap was verdeeld en decharge verleend. De kantonrechter volgde dit verweer en oordeelde dat de taak van de executeur was beëindigd, waardoor ontslag of schorsing niet meer aan de orde was.
De kantonrechter wees het verzoek af en bepaalde dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. De beslissing werd gegeven door mr. Van der Burgt en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2026.
Uitkomst: Het verzoek tot ontslag of schorsing van de executeur wordt afgewezen omdat zijn taak is geëindigd na afleggen van rekening en verantwoording en verdeling van de nalatenschap.