Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 144,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 28 februari 2020 sloten partijen een geldleningsovereenkomst waarbij de eisende partij €70.000 leende aan de gedaagde, terug te betalen in 60 maandelijkse termijnen van €1.225. Na beëindiging van het dienstverband per 1 februari 2022 betaalde de gedaagde vanaf mei 2023 slechts gedeeltelijk en onregelmatig.
De eisende partij vordert ontbinding van de overeenkomst en betaling van het openstaande bedrag met rente en kosten. De gedaagde stelt schuldeisersverzuim omdat de eisende partij niet bereid zou zijn de betalingstermijnen opnieuw vast te stellen.
De kantonrechter oordeelt dat de gedaagde in verzuim is en dat er geen sprake is van schuldeisersverzuim. De overeenkomst wordt ontbonden en de gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het resterende bedrag van €13.784,25 met wettelijke rente vanaf de dagvaarding, alsmede beslag- en proceskosten. De vordering tot buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen wegens niet-naleving van wettelijke aanmaningseisen.
Uitkomst: De overeenkomst van geldlening wordt ontbonden en de gedaagde veroordeeld tot betaling van €13.784,25 met rente en kosten.