ECLI:NL:RBZWB:2026:4861
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering wijziging persoonsgegevens in de basisregistratie personen
Eiseres verzocht het college om wijziging van haar persoonsgegevens in de basisregistratie personen (BRP). Het college weigerde dit verzoek en handhaafde deze weigering na bezwaar. Eiseres stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde het beroep aan de hand van het beoordelingskader van de Wet BRP en recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het college had het verzoek geweigerd omdat het geboortebewijs en het paspoort, waarop het verzoek was gebaseerd, onvoldoende betrouwbaar waren. Het geboortebewijs was uitsluitend gebaseerd op een verklaring van een persoon die ten tijde van de geboorte van eiseres nog minderjarig was, en er was geen aanvullend bewijs dat de juistheid van de gegevens bevestigde.
Ook het paspoort was onvoldoende als bewijs, omdat het was afgegeven op basis van het geboortebewijs en het vastleggen van biometrische gegevens onvoldoende is om de juistheid van de persoonsgegevens te bevestigen. Andere documenten die eiseres aanvoerde, zoals verklaringen en attesten, werden door het college niet als voldoende bewijs erkend vanwege het ontbreken van een aannemelijk verband tussen eiseres en de personen die de verklaringen aflegden.
De rechtbank concludeerde dat het college het besluit deugdelijk had gemotiveerd en dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de persoonsgegevens in de BRP gewijzigd moesten worden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot wijziging van persoonsgegevens in de BRP wordt ongegrond verklaard.