Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:4893

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
2 juni 2026
Zaaknummer
26/2288
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:82 AwbArt. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet betaling griffierecht

Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van haar aanvraag om bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg.

Het college wees de aanvraag af bij besluit van 6 januari 2026 en handhaafde dit bij het bezwaarbesluit van 2 april 2026. Verzoekster stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 28 mei 2026, waarbij verzoekster niet verscheen.

De voorzieningenrechter constateerde dat het griffierecht van €54,- niet was betaald en dat er geen verontschuldigbare reden voor het niet betalen was. Daarom verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk en beoordeelde het verzoek niet inhoudelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 26/2288 PW VV

uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 juni 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, het college.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de afwijzing van haar aanvraag om bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet.
1.1.
Het college heeft de aanvraag van verzoekster met het besluit van 6 januari 2026 afgewezen. Met het bestreden besluit van 2 april 2026 op het bezwaar van verzoekster is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 28 mei 2026 op zitting behandeld. Verzoekster is niet verschenen. Namens het college is mr. N.C.J.P. Melsen verschenen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Iemand die een verzoek om een voorlopige voorziening indient, moet griffierecht betalen. [1] In een zaak als deze is het griffierecht € 54,-. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
2.1.
Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat verzoekster het griffierecht niet heeft voldaan. Niet gebleken is dat verzoekster daar een verontschuldigbare reden voor heeft.

Conclusie en gevolgen

4. Het verzoek is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van J. Boer-IJzelenberg, griffier, op 2 juni 2026 en openbaar gemaakt middels geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Dit is geregeld in artikel 8:82 van Pro de Awb in samenhang met artikel 8:41 van Pro de Awb.